ECLI:NL:RBZUT:2012:BY7760
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kropman
- Roelvink
- Draisma
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot gevangenisstraf wegens faillissementsfraude en het verstrekken van onjuiste inlichtingen aan curator
De rechtbank Zutphen heeft op 21 december 2012 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd verdacht van faillissementsfraude. Verdachte zou feitelijk leiding hebben gegeven aan bedrieglijke bankbreuk door aanzienlijke baten buiten de failliete boedel te houden en onjuiste inlichtingen te verstrekken aan de curator. De feiten betreffen de periode van 1 juli 2006 tot 20 januari 2009, waarbij verdachte ondanks zijn formele ontslag als bestuurder feitelijk leiding bleef geven.
Het bewijs bestond uit verklaringen van medewerkers, bankafschriften, facturen, taxatierapporten en handelsregistergegevens. De rechtbank oordeelde dat verdachte de administratie niet ter beschikking stelde en op geraffineerde wijze geldstromen buiten de boedel hield, onder meer via een niet aan de curator gemelde bankrekening bij ABN AMRO. Verdachte gaf ook onjuiste informatie aan de curator en verscheen niet op oproepen.
De verdediging voerde aan dat verdachte vanaf 25 september 2006 geen feitelijk leidinggevende meer was en niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor de boekhouding. De rechtbank verwierp dit en concludeerde dat verdachte tot 7 november 2006 statutair bestuurder was en feitelijk leiding gaf. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte opdracht gaf en feitelijk leiding gaf aan de strafbare feiten.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn, de ernst van het delict, de benadeling van schuldeisers en het economisch verkeer, en het ontbreken van inzicht bij verdachte in zijn laakbare handelen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wegens faillissementsfraude en het verstrekken van onjuiste inlichtingen aan de curator.