ECLI:NL:RBZUT:2012:BY7885
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kropman
- Van der Hooft
- Draisma
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit handel in cocaïne
De rechtbank Zutphen heeft op 21 december 2012 uitspraak gedaan in een zaak tegen een veroordeelde die opzettelijk handelde in strijd met het verbod op cocaïnehandel zoals neergelegd in de Opiumwet. De feiten betreffen handel en bezit van cocaïne in de periode van 1 januari 2011 tot 16 december 2011 in de gemeenten Apeldoorn, Epe en Rheden.
De rechtbank baseert de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel op een schatting van de handelsactiviteiten over een periode van zes maanden, waarbij rekening is gehouden met een handelsfrequentie van vijf dagen per week, vijftien contacten per dag en een afname van 0,25 gram per contact. Dit resulteerde in een totaal van 487,5 gram cocaïne met een opbrengst van €29.250 en een inkoopwaarde van €14.625, waaruit het voordeel van €14.625 werd vastgesteld.
De verdediging stelde primair dat de vordering moest worden afgewezen en subsidiair dat de periode van berekening beperkt moest worden tot een kortere termijn, wat zou leiden tot een veel lager bedrag. De rechtbank verwierp dit standpunt en oordeelde dat de schatting van het Openbaar Ministerie, met aanpassingen, voldoende onderbouwd was.
De rechtbank legde de veroordeelde de verplichting op om het bedrag van €14.625 aan de Staat te betalen als ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, conform artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Veroordeelde moet €14.625 betalen als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit cocaïnehandel.