ECLI:NL:RBZWB:2013:10058
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering handhavend op te treden tegen luchtvaartmaatschappij wegens buitengewone omstandigheden
Eiser vorderde handhaving tegen Transavia op grond van de Wet luchtvaart nadat zijn verzoek om compensatie wegens een vier uur durende vluchtvertraging was afgewezen. De Geschillencommissie Luchtvaart had reeds geoordeeld dat sprake was van een buitengewone omstandigheid, namelijk een technisch mankement, waardoor compensatie niet verplicht was.
De staatssecretaris weigerde handhavend op te treden, mede omdat het arbitrale vonnis gezag van gewijsde heeft en de civielrechtelijke vaststelling dat er geen compensatieplicht bestaat, niet door bestuursrechtelijke handhaving kan worden doorbroken. De rechtbank bevestigde dat de staatssecretaris niet bevoegd was om handhavend op te treden in deze situatie.
De rechtbank oordeelde dat de rechtszekerheid en het gezag van gewijsde zwaarder wegen dan de handhaving van passagiersrechten in dit geval. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de staatssecretaris om niet handhavend op te treden is ongegrond verklaard.