Eiser maakte bezwaar tegen een systeembeschikking waarin het voorschot kinderopvangtoeslag voor 2009 op nihil werd gesteld. Vier maanden eerder had de Belastingdienst al een brief gestuurd waarin stond dat eiser geen recht had op kinderopvangtoeslag en dat het voorschot moest worden terugbetaald. Deze brief bevatte een rechtsmiddelenclausule en werd door de rechtbank aangemerkt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank oordeelde dat de systeembeschikking van 20 april 2011 geen nieuw besluit was, maar een herhaling van het eerdere besluit uit 2010. Hierdoor was het bezwaar tegen de systeembeschikking niet-ontvankelijk omdat bezwaar alleen tegen besluiten kan worden gemaakt. De Belastingdienst had het bezwaar ten onrechte ontvankelijk verklaard.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Tevens werd het griffierecht aan eiser vergoed en werd de Belastingdienst veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 28 november 2013.