Eisers, Smeets & Weijmer Notarissen c.s., vorderen dat gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag waarvoor zij in een hoofdzaak aansprakelijk zijn gesteld door de Rabobank wegens een beroepsfout bij de doorhaling van een hypotheekrecht. Medio 2009 benaderden eisers de Rabobank met het verzoek tot doorhaling van het hypotheekrecht op onroerende zaken van gedaagde en haar toenmalige echtgenoot. De bank stemde toe onder voorwaarde van betaling van €251.914,98, maar deze betaling vond niet plaats. De bank stelde eisers aansprakelijk wegens beroepsfout, wat leidde tot een vonnis dat eisers hoofdelijk veroordeelde tot betaling van €275.686 aan de bank. De verzekeraars van eisers hebben dit bedrag voldaan.
Eisers vorderen nu dat gedaagde en haar toenmalige echtgenoot hen vrijwaren voor deze schade op grond van ongerechtvaardigde verrijking, omdat hun schuld aan de bank is verminderd zonder tegenprestatie. Gedaagde betwist dit en voert aan dat eisers niet zijn verarmd omdat de verzekeraars hebben betaald, en dat het eigen risico voor rekening van eisers moet blijven.
De rechtbank oordeelt dat aan de voorwaarden van ongerechtvaardigde verrijking is voldaan: gedaagde en haar echtgenoot zijn verrijkt doordat hun schuld aan de bank is verminderd, terwijl eisers (via hun verzekeraars) zijn verarmd door betaling. Het is redelijk dat gedaagde de volledige schade draagt, omdat de schuld is ontstaan door haar tekortkoming. Het verweer dat de ernst van de beroepsfout een rol speelt bij toerekening wordt verworpen. De vordering wordt toegewezen, gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €275.686 en de proceskosten van €4.097,80, met uitzondering van de kosten van de hoofdzaak.