Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[eiser sub 1],
[eiser sub 2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 24 april 2013 en alle daarin reeds genoemde stukken;
- het proces-verbaal van comparitie van 26 augustus 2013;
- de akte zijdens [eiser];
- de antwoordakte van Brand.
2.Het geschil
3.De beoordeling
verklaart zich tegenover de verhuurder[[eiser], toevoeging Rb]
en ten behoeve van de huurder[Santé, toevoeging, Rb]
tot borg te stellen voor de richtige betaling van de door de huurder uit hoofde van de huurovereenkomst aan de verhuurder verschuldigde huurtermijnen, een en ander voor een periode van 5 (vijf) jaar, ingaande 1 september 2009 (tweeduizend negen) en tot een maximumbedrag, ongeacht eventueel regres, van € 37.500,00 (zevenendertigduizend vijfhonderd euro).
“(…) het spreekt voor zich dat wij onze verplichtingen uit hoofde van de borgtocht zullen nakomen.”Voorts verzoekt Brand om een kopie van het verstekvonnis van 7 september 2011 alsmede om een kopie van de onderliggende dagvaarding.
“Santé Group is aan [eiser] een bedrag van € 70.000,00 (zegge: zeventigduizend euro) verschuldigd. (…). Het verschuldigde is of zal op de volgende wijze door Santé Group aan [eiser] worden voldaan:
Het bedrag van € 47.787,60 (incl. BTW) dient uiterlijk op 30 november 2011 te zijn voldaan (…).
Het restantbedrag ad € 22.212,40 zal in acht maandelijkse termijnen worden voldaan (…).”
“restant volgens vaststellingsovereenkomst te betalen voor 1 dec. Santé Group”;
“maandelijkse aflossing volgens vaststellingsovereenkomst”;
“Huur Mirabelle dec”.
€ 1.194,00(2 x tarief III ad 579,00)