Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende is door de inspecteur aangesproken op het niet verstrekken van informatie over buitenlandse bankrekeningen bij Van Lanschot over de jaren 2008 en 2009. De inspecteur had eerder navorderingsaanslagen opgelegd wegens niet aangegeven buitenlands vermogen over eerdere jaren. Na het uitblijven van reactie op vragenbrieven, stelde de inspecteur een informatiebeschikking op 21 november 2012.
Belanghebbende ontkende rekeninghouder te zijn bij Van Lanschot, maar de rechtbank stelde vast dat hij dit wel was tot en met 2007. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat de gevraagde informatie relevant is voor de belastingheffing over 2008 en 2009 en dat belanghebbende niet aan zijn informatieplicht heeft voldaan door niet te reageren.
Echter, de inspecteur had geen verzoek gedaan om informatie over bankafschriften van andere jaren dan 2008 en 2009, noch was aannemelijk gemaakt dat belanghebbende andere buitenlandse rekeningen had. Daarom werd het beroep gegrond verklaard voor zover de informatiebeschikking betrekking had op perioden na 2009. De rechtbank stelde een termijn van twee weken voor belanghebbende om alsnog de gevraagde informatie over 2008 en 2009 te verstrekken.
De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en moest het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2013.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor zover de informatiebeschikking betrekking heeft op perioden na 2009 en ongegrond voor het overige; belanghebbende krijgt een termijn om alsnog informatie over 2008 en 2009 te verstrekken.