ECLI:NL:RBZWB:2013:10543
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens opzegverbod bij overgang onderneming
De zaak betreft een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een medewerker die bij de rechtsvoorganger van de werkgever in dienst was en na overgang van onderneming in dienst bleef. De werkgever wilde de arbeidsovereenkomst ontbinden vanwege te weinig werk en verstoring van de arbeidsrelatie.
De kantonrechter oordeelt dat het verzoek verband houdt met het opzegverbod bij overgang van onderneming, waardoor ontbinding in beginsel niet mogelijk is. De werkgever heeft onvoldoende gewichtige redenen aangevoerd om dit verbod te doorbreken. De vermeende verstoorde arbeidsrelatie is niet aannemelijk gemaakt en het recht van de werknemer om een voorlopige voorziening te treffen kan hem niet worden tegengeworpen.
De kantonrechter wijst het verzoek af en bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. Er is onvoldoende grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst, mede gelet op de wettelijke bescherming bij overgang van onderneming.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen vanwege het opzegverbod bij overgang van onderneming en het ontbreken van gewichtige redenen.