Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die belast was met de behandeling van haar beroepen tegen verkeersboetes wegens snelheidsovertredingen. Het verzoek was gebaseerd op vermeende belangenverstrengeling en partijdigheid, onder meer vanwege het weigeren van het maken van beeld- en geluidsopnames tijdens de zitting.
Tijdens de zitting weigerde de kantonrechter het publiek opnames te laten maken, waarna de behandeling buiten aanwezigheid van het publiek werd voortgezet. Verzoeksters gemachtigde stelde dat dit een schending van het recht op een correcte weergave van de zitting was en dat de kantonrechter niet onpartijdig kon zijn vanwege zijn aanstelling door de staat.
De rechtbank oordeelde dat een rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat slechts uitzonderlijke omstandigheden tot wraking kunnen leiden. De levensbeschouwing van verzoekster en haar gemachtigde kon geen aanleiding zijn voor een vermoeden van partijdigheid. Ook het opnameverbod was gebaseerd op huisregels en diende de ordehandhaving, zonder dat dit een schijn van partijdigheid opleverde.
De rechtbank wees het wrakingsverzoek af en waarschuwde dat een volgend soortgelijk verzoek als misbruik van procesrecht zou worden beschouwd. De behandeling van de zaken wordt voortgezet zoals die was ten tijde van de schorsing.