Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De beoordeling
2.De beslissing
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene heeft verzet aangetekend tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel opgelegd door de officier van justitie, stellende dat niet hij maar zijn zoon de gedraging heeft begaan en dat hij de initiële beschikking en aanmaningen niet heeft ontvangen. Betrokkene verwijst naar een klacht bij PostNL over de postbezorging, maar vermeldt slechts een klachtnummer zonder nadere specificaties.
De rechtbank stelt vast dat betrokkene geen beroep heeft ingesteld tegen de oorspronkelijke beschikking, waardoor deze onherroepelijk is geworden. Het verzet kan zich daarom slechts richten tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel en niet tegen de beschikking zelf. De rechtbank overweegt dat het CJIB aannemelijk heeft gemaakt dat de stukken naar het juiste adres zijn verzonden en dat er geen retourzendingen zijn ontvangen.
Betrokkene heeft zijn stellingen onvoldoende onderbouwd met bewijsstukken en de enkele ontkenning dat hij de stukken niet heeft ontvangen, is niet voldoende. Gelet op de jurisprudentie en de verificatie van het adres bij de GBA, gaat de rechtbank ervan uit dat de stukken zijn ontvangen. Omdat betrokkene niet tijdig heeft betaald, is het boetebedrag met bijkomende kosten terecht verschuldigd. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard.
De beslissing is genomen door kantonrechter W.E.M. Verjans op 12 december 2013 tijdens een openbare zitting te Bergen op Zoom.
Uitkomst: Het verzet tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel wordt ongegrond verklaard en het boetebedrag is terecht verschuldigd.