Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[gedaagde],
[gedaagde],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 27 februari 2013,
- de akte overlegging producties, tevens inhoudende akte wijziging van eis van [eiser] van 8 april 2013,
- het proces-verbaal van comparitie van 8 april 2013,
- de akte uitlaten van [gedaagde] van 1 mei 2013,
- de antwoordakte van [eiser] van 15 mei 2013,
- de akte uitlaten van [gedaagde] van 12 juni 2013,
- de akte uitlating van [eiser] van 12 juni 2013.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of [eiser] nog belang heeft bij zijn vordering. [gedaagde] stelt immers dat de angst van [eiser] dat [gedaagde] zijn oude woning zal blijven betreden, door de verhuizing van [gedaagde] en de afgifte van de sleutel aan de Regiobank, onterecht is. De rechtbank volgt [gedaagde] hierin niet. Nu [gedaagde] ook nadat hem bij kort geding was verboden onrechtmatig jegens [eiser] te handelen dit gedrag heeft voorgezet, kan niet worden uitgesloten dat [gedaagde] zich ook na onderhavige verhuizing schuldig zal blijven maken aan onrechtmatig gedrag jegens [eiser]. Zolang de woning aan de [adres gedaagde] niet aan een derde is verkocht en geleverd, blijft [gedaagde] immers eigenaar van deze woning en behoudt hij daarmee het recht dit perceel te betreden. Dat hij de sleutel van deze woning heeft ingeleverd bij de Regiobank doet daar niet aan af. [eiser] heeft derhalve ook thans nog belang bij zijn vordering zoals geformuleerd onder 2a.
1.582,00(3,5 punten × tarief € 452,00)