De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 9 september 2013 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die ervan werd verdacht een vuurwapen van categorie III en/of munitie daarvan voorhanden te hebben gehad. De zaak werd inhoudelijk behandeld op 26 augustus 2013, waarbij zowel de officier van justitie als de verdediging hun standpunten presenteerden.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op of omstreeks 19 juli 2012 te Made een omgebouwd start-alarmpistool en bijbehorende munitie van categorie III in bezit had. Verdachte had dit feit bekend en er was proces-verbaal van inbeslagname en een rapport van het Regionaal Bureau Wapens en Munitie. Andere tenlastegelegde feiten werden niet bewezen verklaard.
Verdachte werd onderzocht door een psychiater en psycholoog, die concludeerden dat hij verminderd toerekeningsvatbaar is. De reclassering adviseerde een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden en begeleiding, omdat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf negatief zou uitpakken voor zijn welzijn. De rechtbank volgde dit advies deels en legde een gevangenisstraf van vier maanden op, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, inclusief bijzondere voorwaarden en toezicht door de reclassering.
De rechtbank benadrukte het gevaar van ongecontroleerd vuurwapenbezit, zeker gezien het tragische overlijden van een vriend van verdachte door het wapen. De straf werd opgelegd met inachtneming van de ernst van het feit, de verminderd toerekeningsvatbaarheid en eerdere veroordelingen van verdachte. De tijd in voorarrest werd in mindering gebracht op de straf.