Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND – WEST-BRABANT
vonnis van de kantonrechter d.d. 14 januari 2013
[gedaagde],
het verloop van de procedure
- dagvaarding van 24 augustus 2012,
- conclusies van antwoord, repliek en dupliek.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Werknemer was in dienst bij Mourik en volgde drie opleidingen waarvoor studiekostenovereenkomsten waren gesloten. Na opzegging van de arbeidsovereenkomst vorderde werkgever terugbetaling van studiekosten volgens de schriftelijke overeenkomsten.
De kantonrechter oordeelde dat de terugvordering van studiekosten niet onredelijk of onbillijk is, mede omdat de overeenkomsten een terugbetalingsperiode van respectievelijk vier en drie jaren bevatten, wat redelijk wordt geacht gezien de duur en het baat hebben van de werkgever bij de gevolgde opleidingen.
Werknemer stelde dat hij gedwongen was bepaalde modules te volgen, maar dit werd verworpen omdat hij een keuze had en beide partijen baat hadden bij de opleidingen. De vordering van de werkgever werd toegewezen, inclusief een gematigde vergoeding van incassokosten.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en werknemer is veroordeeld tot betaling van € 6.500,33 plus rente en proceskosten.
Uitkomst: Werknemer wordt veroordeeld tot terugbetaling van studiekosten en incassokosten conform de studiekostenovereenkomsten.