Op 21 november 2008 vond een aanrijding plaats tussen de personenauto van de verzekerde en een motorfiets, waarbij de motorrijder letsel opliep en de motor beschadigd raakte. De WAM-verzekeraar van de personenauto, Nationale-Nederlanden, betaalde de schade aan de motorrijder, ondanks dat de verzekerde niet aan zijn premiebetaling had voldaan en daardoor geen dekking had.
Nationale-Nederlanden vorderde van de verzekerde vergoeding van de door haar betaalde schadebedragen. De verzekerde voerde verweer door te stellen dat de motorrijder het ongeval had veroorzaakt door onrechtmatig in te halen en roekeloos rijgedrag, en dat de motorrijder mede eigen schuld had.
De rechtbank oordeelde dat uit het proces-verbaal en de beschikbare gegevens niet bleek dat de motorrijder uitsluitend aansprakelijk was. De verzekerde had onvoldoende onderbouwd dat de motorrijder rechts had moeten inhalen en dat er sprake was van roekeloosheid. De rechter stelde vast dat de auto linksaf sloeg en de motorrijder voor moest laten gaan. Er werd rekening gehouden met 50% eigen schuld van de motorrijder, wat door Nationale-Nederlanden was erkend en verdisconteerd in de schadevergoeding.
De vordering van Nationale-Nederlanden werd grotendeels toegewezen, met uitzondering van de buitengerechtelijke incassokosten die onvoldoende waren onderbouwd. De verzekerde werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten, met wettelijke rente. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.