Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
vonnis van de kantonrechter d.d. 3 april 2013
[eiseres],
het verloop van de procedure
- dagvaarding van 26 juni 2012,
- conclusies van antwoord, repliek en dupliek.
de beoordeling van de zaak
- de verklaring voor recht dat de eenzijdige wijziging van de arbeidsovereenkomst met loonsverlaging nietig is, althans dat Cofely artikel 36 van Pro de CAO onjuist toepast,
- de verklaring voor recht dat de inschakeling van het loon van [eiseres] vanaf 1 september 2009 ongewijzigd in schaal 9 dient plaats te vinden en dat dit loon per 1 januari 2012 in trede 9-10 dient te worden ingedeeld waarmee € 1.865,36 bruto per maand correspondeert, welk bedrag aan haar dient te worden betaald,
- de veroordeling van Cofely tot betaling van € 8.678,16 bruto aan achterstallig loon en € 694,25 bruto aan achterstallige vakantietoeslag met wettelijke rente en wettelijke verhoging wegens vertraagde betaling,
- de verklaring voor recht dat de eenzijdige wijziging van de arbeidsovereenkomst met loonsverlaging nietig is, althans dat Cofely artikel 36 van Pro de CAO onjuist toepast,
- de verklaring voor recht dat het loon van [eiseres] over de periode van 1 september 2009 tot en met 26 juni 2012 dient te worden bevroren zodat het op 26 juni 2012 € 1.797,53 bruto per maand bedraagt,
- de veroordeling van Cofely tot betaling van € 7.672,05 bruto aan achterstallig loon en € 613,76 bruto aan achterstallige vakantietoeslag met wettelijke rente en wettelijke verhoging wegens vertraagde betaling,
- de verklaring voor recht dat de eenzijdige wijziging van de arbeidsovereenkomst met loonsverlaging nietig is,
- de vaststelling in goede justitie van een bedrag dat Cofely verschuldigd is aan [eiseres] met wettelijke rente,
- de veroordeling van Cofely tot betaling van € 833,-- als vergoeding van buitengerechtelijke kosten,
- de veroordeling van Cofely in de proceskosten.