ECLI:NL:RBZWB:2013:3804
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier onbepaalde tijd wegens niet voldoen inburgeringsvereiste
Eiser, een Pakistaanse bewaker met geprivilegieerde status, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Deze aanvraag werd afgewezen omdat hij niet voldeed aan het inburgeringsexamen en geen vrijstelling kon aantonen.
Eiser voerde aan dat hij onterecht werd geconfronteerd met het inburgeringsvereiste, dat volgens hem niet geldt voor EU-onderdanen, en stelde dat er sprake was van discriminatie. Hij deed ook een beroep op diverse internationale verdragen en het Handvest van de Grondrechten van de EU.
De rechtbank oordeelde dat het onderscheid tussen EU-onderdanen en derdelanders wettelijk is verankerd en niet onredelijk is. Ook het beroep op het Handvest en internationale verdragen faalde omdat eiser zijn verblijfsrecht ontleent aan het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer.
Verder wees de rechtbank het beroep op de hardheidsclausule af omdat eiser niet had aangetoond dat hij redelijkerwijs niet in staat was het inburgeringsexamen te behalen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt afgewezen wegens niet voldoen aan het inburgeringsexamen.