ECLI:NL:RBZWB:2013:3874
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen vaststelling eigen bijdrage AWBZ wordt terecht als bezwaar aangemerkt
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van het Centraal Administratiekantoor (CAK) over de vaststelling van zijn eigen bijdrage AWBZ 2013. Verweerder stelde dat de brief van verzoeker geen bezwaarschrift was, maar een verzoek om informatie. De voorzieningenrechter oordeelde dat de brief van 14 januari 2013 wel degelijk als bezwaarschrift moet worden aangemerkt, omdat verzoeker expliciet bezwaar maakte en gronden aanvoerde conform artikel 6:5 Awb Pro.
Verweerder voerde aan dat de gronden ook betrekking hadden op een verzoek tot peiljaarverlegging, maar dit deed niet af aan de kwalificatie als bezwaarschrift. De brief van verweerder dat zonder reactie het bezwaar niet als zodanig wordt aangemerkt, kon niet worden gezien als een intrekking van het bezwaar, omdat intrekking schriftelijk of mondeling bij hoorzitting moet gebeuren.
De voorzieningenrechter stelde vast dat er geen sprake was van onverwijlde spoed, omdat verzoeker de eigen bijdrage nog niet had betaald en verweerder geen invorderingsmaatregelen nam. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen; de brief van verzoeker wordt als bezwaarschrift aangemerkt.