Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig uitvoeren door de inspecteur van uitspraken van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch en het niet tijdig afgeven van een verliesbeschikking naar aanleiding van een aanvulling op zijn aangifte inkomstenbelasting 2009.
De rechtbank oordeelt dat de werking van de uitspraken van het gerechtshof is opgeschort vanwege lopende cassatieberoepen bij de Hoge Raad, waardoor de inspecteur nog niet in gebreke was en de beroepen niet-ontvankelijk zijn. Daarnaast is de aanvulling op de aangifte geen aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, zodat geen recht op een dwangsom bestaat.
Ten aanzien van het verzoek tot vergoeding van kosten van beslaglegging stelt de rechtbank zich onbevoegd, aangezien dit een civielrechtelijk geschil betreft. De rechtbank ziet geen aanleiding tot toewijzing van proceskosten.
De uitspraak is gedaan door rechter W.A.P. van Roij en griffier I. van Wijk op 17 april 2013 en openbaar uitgesproken in Breda.