Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
De vraag is of deze verschillen, waar door het openbaar ministerie geen nader onderzoek naar is gedaan, dienen te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, zoals verzocht door de verdediging.
Hiervan is naar het oordeel van de rechtbank in het onderhavige geval geen sprake. Anders dan de verdediging betoogt gaat het hier naar het oordeel van de rechtbank om een waardering van bewijsmiddelen en raakt dit niet de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. De rechtbank deelt ook niet het standpunt van de raadsman dat hierdoor sprake zou zijn van een incompleet dossier, waardoor het niet mogelijk zou zijn op adequate wijze de verdediging te voeren.
4.De beoordeling van het bewijs
De radioloog geeft in zijn rapport aan dat sprake is van 8 inschotverwondingen, waarvan er 1 zich aan de linkerzijde van het hoofd bevindt en 1 schampschot aan de linkerzijde van het hoofd. De rechtbank stelt vast dat de rapporten voor het overige overeenkomen. De radioloog concludeert dat er in totaal 3 trajecten door het hoofd te zien zijn, 3 door de hals en 2 door de thorax en abdomen. Er zijn 7 projectielen gezien. De doodsoorzaak kan naar de mening van de radioloog een verbloeding zijn vanuit de letsels in de thorax, de letsels van het ruggenmerg of de letsels van de hersenen of een combinatie hiervan.
Door de Unit Forensisch Technisch Onderzoek is uitgebreid onderzoek verricht.[slachtoffer]
of omstreeks3 februari 2012
en/of op 4 februari 2012te Dongen,
al dan nietmet voorbedachten rade[slachtoffer] van het leven
al dan nietna kalm
een ofmeerdere kogels afgevuurd
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
een gevangenisstraf van 15 jaar;
- verklaart de benadeelde partij T.[slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil (BP.15);
- bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij S.[slachtoffer] wordt afgewezen;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil (BP.07).