Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende diende een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning met kelder. Na faillissement van de oorspronkelijke aannemer werd het bouwplan gewijzigd, waarbij de kelder met ruim een derde werd vergroot en van plaats veranderd. De gemeente stelde dat dit geen geringe wijziging betrof en legde volledige leges op voor de nieuwe vergunningaanvraag.
Belanghebbende voerde aan dat alleen over de meerkosten leges geheven mochten worden en stelde zich op het vertrouwensbeginsel. De rechtbank oordeelde dat de aard van de wijziging, met name de funderingswijziging door de keldervergroting, geen geringe wijziging is volgens de legesverordening. Tevens was geen toezegging gedaan die het vertrouwen rechtvaardigde dat leges beperkt zouden blijven.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de gemeente de volledige leges terecht in rekening bracht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de volledige legesheffing voor de gewijzigde omgevingsvergunning.