Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
‘knowing participation’als
‘personal participation’.
personal and knowing participation test’toegepast. Beoordeeld wordt of ten aanzien van betrokkene kan worden aangenomen dat hij weet heeft gehad of had behoren te hebben van het plegen van het betreffende misdrijf/de betreffende misdrijven (‘
knowing participation’) én of hij op enige wijze hieraan persoonlijk heeft deelgenomen (‘
personal participation’). Onder persoonlijke deelname wordt niet slechts verstaan het door betrokkene zelf of in diens opdracht plegen van de misdrijven, doch ook het door betrokkene direct faciliteren van de misdrijven, dat wil zeggen dat zijn handelen en/of nalaten in wezenlijke mate ertoe heeft bijgedragen dat deze misdrijven hebben plaatsgevonden. Onder wezenlijke bijdrage wordt verstaan dat de bijdrage feitelijk effect heeft gehad op het begaan van het misdrijf of de misdrijven en dat het misdrijf of de misdrijven hoogstwaarschijnlijk niet op dezelfde wijze zou of zouden hebben plaatsgevonden, indien niemand de rol van betrokkene had vervuld, dan wel betrokkene gebruik had gemaakt van mogelijkheden het misdrijf of de misdrijven te voorkomen.
knowing and personal participation’. Verweerder heeft in het voornemen van 16 november 2011 en het bestreden besluit uitgebreid gemotiveerd waarom eiser in verband wordt gebracht met mishandeling en foltering/marteling. Daarbij heeft verweerder de verklaringen van eiser afgezet tegen hetgeen in gezaghebbende en algemeen toegankelijke bronnen is te vinden over de werkwijze en het beleid van de Basij. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiser voldoende heeft kunnen verklaren over de Basij om hem te volgen in zijn verklaringen dat hij lid is geweest en werkzaamheden heeft verricht voor de Basij.