Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen
[naam], eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
8 maart 2012 tot 8 maart 2013.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres, met de Iraakse nationaliteit, had eerder een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ontvangen, geldig tot oktober 2012, en later een verblijfsvergunning regulier onder beperking van gezinsleven conform artikel 8 EVRM Pro. Na intrekking van haar asielvergunning in april 2012 wegens beëindiging van het beschermingsbeleid voor Centraal-Irak, diende zij op 28 september 2012 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.
Verweerder wees deze aanvraag af omdat eiseres niet vijf jaar onafgebroken rechtmatig verblijf had op grond van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, aangezien haar vergunning was ingetrokken per november 2008. Eiseres voerde aan dat het intrekkingsbesluit niet onherroepelijk was vanwege een hoger beroep, en dat verweerder onzorgvuldig handelde door niet te wachten op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak.
De rechtbank oordeelde dat op het moment van aanvraag niet was voldaan aan de vereiste vijf jaar rechtmatig verblijf op grond van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, zoals vereist in artikel 34 Vreemdelingenwet Pro 2000. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende rechtmatig verblijf voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.