ECLI:NL:RBZWB:2013:5789

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 juli 2013
Publicatiedatum
5 augustus 2013
Zaaknummer
AWB-13_1470
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 AWRArt. 8:1 AwbAfdeling 8.2.6 AwbArtikel 27d AWR
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet opgelegde navorderingsaanslag

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de inspecteur die een uitspraak op bezwaar tegen een navorderingsaanslag betrof. De navorderingsaanslag zelf is echter nooit opgelegd, wat betekent dat de inspecteur geen rechtsgeldige uitspraak op bezwaar kon doen.

Volgens het fiscale procesrecht, dat een gesloten stelsel van rechtsmiddelen kent, kan alleen beroep worden ingesteld tegen een belastingaanslag. Nu vaststaat dat er geen navorderingsaanslag is opgelegd, is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.

De zitting vond plaats op 11 juli 2013 te Breda, waarbij belanghebbende niet is verschenen. De uitspraak is gedaan op 25 juli 2013 door rechter W.A.P. van Roij. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de navorderingsaanslag niet is opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Procedurenummer AWB 13/1470
Uitspraak van 25 juli 2013
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen
[belanghebbende], verblijvende te [plaats] (Duitsland),
belanghebbende,
en
de inspecteur van de Belastingdienst/Limburg, kantoor Venlo,
de inspecteur.
De bestreden beslissing
De beslissing van de inspecteur van 29 januari 2013.
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 juli 2013 te Breda. Aldaar zijn verschenen en gehoord, namens de inspecteur, [gemachtigden]. Belanghebbende is, met kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen.
Tegelijkertijd zijn behandeld de zaken bij de rechtbank bekend onder de procedurenummers 13/1469 tot en met 13/1474.

1.Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

2.Gronden

2.1.
De beslissing van de inspecteur van 29 januari 2013 betreft, volgens de tekst, een uitspraak op het bezwaar van belanghebbende tegen de navorderingsaanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet. 2009, aanslagnummer [nummer].W.97, dagtekening van het aanslagbiljet 17 november 2012 (hierna: de navorderingsaanslag).
2.2.
De inspecteur heeft in zijn verweerschrift van 7 juni 2013 aangegeven dat de navorderingsaanslag niet is opgelegd.
2.3.
Het fiscale procesrecht bevat een gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Ingevolge artikel 26 van Pro de AWR kan, in afwijking van het bepaalde in artikel 8:1, eerste lid van de Awb, slechts beroep worden ingesteld indien het – voor zover hier van belang - betreft een belastingaanslag.
2.4.
Nu vaststaat dat er geen navorderingsaanslag is opgelegd, kon de inspecteur geen uitspraak op bezwaar doen en staat er geen beroep bij de belastingrechter open. Het beroep dient dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard.
2.5.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Deze uitspraak is gedaan op 25 juli 2013 door mr. W.A.P. van Roij, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.J. van Balkom, griffier.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,
5201 CZ ’s-Hertogenbosch.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.
Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.