Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een twee-onder-een-kapwoning gelegen in het buitengebied, met een grote grondoppervlakte en een recent gebouwde berging. De heffingsambtenaar stelde de waarde vast op €473.000 na bezwaar, terwijl belanghebbende een lagere waarde van €400.000 bepleitte.
De rechtbank oordeelt dat de woning correct is gekwalificeerd als twee-onder-een-kapwoning en niet als geschakelde woning. Hoewel de vergelijkingsobjecten qua ligging, uitstraling en perceelsgrootte niet volledig overeenkomen, is het gelet op het gebrek aan betere referenties redelijk om deze te gebruiken mits correcties worden toegepast, met name voor de grondwaarde.
De heffingsambtenaar heeft een grondstaffel gehanteerd die een lagere grondprijs voor het buitengebied toepast, wat de rechtbank als begrijpelijk en redelijk beoordeelt. De waardering van het weiland en de grote berging is eveneens aannemelijk. De rechtbank stelt vast dat de verkoopdata van sommige vergelijkingsobjecten te ver van de waardepeildatum liggen en stelt deze buiten beschouwing.
De herberekening van de m3-prijzen van de relevante vergelijkingsobjecten leidt tot een gemiddelde die hoger is dan de gehanteerde prijs, wat betekent dat rekening is gehouden met de slechtere staat en ligging van de woning. De vraagprijs van een recent verkocht object is niet relevant voor de waardebepaling. De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast heeft voldaan en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €473.000 wordt ongegrond verklaard.