Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2013:5903

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 januari 2013
Publicatiedatum
12 augustus 2013
Zaaknummer
744670 CV EXPL 12-9065
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 313 FwArt. 26 FwArt. 25 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging verstekvonnis en niet-ontvankelijkheid vordering na WSNP-traject

Na het uitgesproken WSNP-traject startte de schuldeiser een procedure tegen de debiteur, die bij verstek werd veroordeeld. De debiteur kwam in persoon in verzet, zonder vertegenwoordiging van de bewindvoerder. De kantonrechter overwoog dat de debiteur zelf belang heeft bij de vordering omdat het resultaat van de WSNP nog onbekend is en het verzet tijdig was ingesteld.

De rechtbank oordeelde dat de schuldeiser haar vordering onterecht in rechte had gebracht in plaats van deze ter verificatie in te dienen, zoals vereist volgens de Faillissementswet. Het verstekvonnis werd daarom vernietigd en de schuldeiser werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.

De debiteur werd ontvankelijk verklaard in het verzet, ondanks het ontbreken van vertegenwoordiging door de bewindvoerder, vanwege het eigen belang bij de procedure. De schuldeiser werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten, terwijl het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: Het verstekvonnis wordt vernietigd en de schuldeiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton
Tilburg
zaak/rolnr.: 744670 CV EXPL 12-9065
vonnis van 30 januari 2013
inzake
[opposant] ,
wonende te [woonplaats],
opposant,
gemachtigde: mr. J. van Boekel, advocaat te Tilburg,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[geopposeerde] B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht,
geopposeerde,
gemachtigde: Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders te Breda.

1.Het verloop van het geding

De procedure blijkt uit de volgende stukken:
. de inleidende dagvaarding van 29 juni 2012;
. het verstekvonnis van 11 juli 2012, gewezen onder nummer 728059 CV EXPL 12-5782;
. de verzetdagvaarding van 27 september 2012, met producties;
. de conclusie van antwoord in oppositie;
. de conclusie van repliek in oppositie.
Hierna is vonnis bepaald.

2.Het geschil en de beoordeling daarvan

2.1
De vordering van opposant, hierna [opposant] genoemd, strekt ertoe dat het verstekvonnis van 11 juli 2012 wordt vernietigd en geopposeerde, hierna [geopposeerde] genoemd, niet ontvankelijk wordt verklaard, dan wel dat haar vorderingen alsnog worden afgewezen, met veroordeling van [geopposeerde] in de kosten van het verzet.
2.2
[geopposeerde] heeft erkend dat zij de inleidende procedure onterecht is gestart en zij heeft aangegeven de onderhavige procedure door te willen halen en zich daarbij te refereren aan het oordeel van de kantonrechter.
2.3
[opposant] heeft hierop te kennen gegeven niet te kunnen instemmen met doorhaling van de procedure omdat dan het verstekvonnis gehandhaafd blijft en [opposant] er recht en belang bij heeft dat de onjuiste veroordeling wordt opgeheven.
2.4
De kantonrechter oordeelt als volgt.
2.5
Het verzet is tijdig ingesteld.
2.6
Op grond van artikel 313 jo Pro 26 van de Faillissementswet (Fw) had [geopposeerde] haar vordering niet in rechte moeten brengen maar haar vordering ter verificatie moeten indienen. Bij juiste gang van zaken had de kantonrechter [geopposeerde] niet-ontvankelijk verklaard.
2.7
Op grond van artikel 313 lid 2 jo Pro 25 Fw heeft het -ten onrechte afgegeven- vonnis tegen de boedel geen rechtskracht. Daardoor heeft de bewindvoerder geen belang bij de verzetprocedure en gaat het ook niet om een rechtsvordering met rechten of verplichtingen die tot de boedel behoren als bedoeld in artikel 25 lid 1 Fw Pro.
2.8
[opposant] zelf heeft wel belang bij de verzetprocedure. Immers, onbekend is nog hoe de WSNP afloopt. Voorstelbaar is dat [geopposeerde] haar vordering behoudt, maar alsdan is verzet door het verstrijken van de termijn niet meer mogelijk. De kantonrechter is van oordeel dat [opposant] in dit geval zelf -en niet vertegenwoordigd door zijn bewindvoerder- ontvangen kan worden in zijn verzet.
2.9
De kantonrechter oordeelt dat het verzet gegrond is, zodat het verstekvonnis vernietigd wordt. Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor in rechtsoverweging 2.6 is overwogen, wordt [geopposeerde] niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
2.1
[geopposeerde] wordt veroordeeld in de kosten van de procedure die tot op heden worden begroot op € 60,- (2 punten volgens het liquidatietarief). De kosten van de verzetdagvaarding blijven voor rekening van [opposant].

3.De beslissing

De kantonrechter:
verklaart het verzet van [opposant] tegen het verstekvonnis van 11 juli 2012, gewezen onder nummer 728059 CV EXPL 12-5782, gegrond;
- vernietigt dat verstekvonnis;
en, opnieuw rechtdoende:
- verklaart [geopposeerde] niet ontvankelijk in haar vordering;
- veroordeelt [geopposeerde] om aan [opposant] te betalen een bedrag van € 60,- aan salaris voor de gemachtigde van [opposant];
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.O. Zuurmond en is in het openbaar uitgesproken op
30 januari 2013.