Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[geopposeerde] B.V.,
1.Het verloop van het geding
2.Het geschil en de beoordeling daarvan
3.De beslissing
30 januari 2013.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Na het uitgesproken WSNP-traject startte de schuldeiser een procedure tegen de debiteur, die bij verstek werd veroordeeld. De debiteur kwam in persoon in verzet, zonder vertegenwoordiging van de bewindvoerder. De kantonrechter overwoog dat de debiteur zelf belang heeft bij de vordering omdat het resultaat van de WSNP nog onbekend is en het verzet tijdig was ingesteld.
De rechtbank oordeelde dat de schuldeiser haar vordering onterecht in rechte had gebracht in plaats van deze ter verificatie in te dienen, zoals vereist volgens de Faillissementswet. Het verstekvonnis werd daarom vernietigd en de schuldeiser werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
De debiteur werd ontvankelijk verklaard in het verzet, ondanks het ontbreken van vertegenwoordiging door de bewindvoerder, vanwege het eigen belang bij de procedure. De schuldeiser werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten, terwijl het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Het verstekvonnis wordt vernietigd en de schuldeiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.