Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
een of meertijdstippen in
of omstreeksde periode van 27 oktober 2006 tot en met 24 juli 2007 te Rosmalen
in de gemeente 's-Hertogenbosch en/of in de gemeente Apeldoorn en/of elders in Nederland,
(telkens)opzettelijk
(een)bij de Belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten
(een)aangiften voor de omzetbelasting ten name van de [bedrijf 1] over de
/hetaangiftetijdvakken derde kwartaal 2006 en
/ofvierde kwartaal 2006 en
/ofde maand mei 2007, onjuist
en/of onvolledigheeft gedaan, immers heeft de [bedrijf 1]
het/de bij de
Inspecteur der belastingen, althans debelastingdienst
ingeleverde, althansingediende aangiften voor de omzetbelasting voornoemd,
(telkens)een te laag
althans onjuistbedrag aan omzet en
/of (telkens)een te laag
althans onjuistbedrag aan omzetbelasting opgegeven, terwijl
dat/die feiten ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven,
(telkens)feitelijk leiding heeft gegeven
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;