Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 28 maart 2012 en de daarin genoemde stukken;
- het proces-verbaal van comparitie van partijen van 30 juli 2012;
- de conclusie van repliek houdende uitbreiding van de grondslag van de eis, met de producties 8 en 9 en 11 tot en met 17;
- de conclusie van dupliek met productie 3;
- het extract uit het audiëntieblad van de rolbehandeling van 19 december 2012, waaruit blijkt dat de rolrechter het door DVL gevraagde pleidooi heeft geweigerd;
- de akte van DVL;
- de antwoordakte van WCS.
2.De feiten
3.De vordering
4.Het verweer
5.De beoordeling
7.000,00(3,5 pt x tarief € 2.000,00)