ECLI:NL:RBZWB:2013:6484
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtigingsverzoek tot opstellen ontervend testament namens curandus
Curandus is sinds 1979 onder curatele gesteld wegens een ernstige geestelijke stoornis. De curator verzocht de kantonrechter om toestemming om namens curandus een testament op te maken waarin de overige broers en zussen niet worden opgenomen vanwege hun jarenlange desinteresse.
Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat curandus niet kan praten en functioneert op het niveau van een driejarige, waardoor persoonlijk horen niet zinvol werd geacht. De kantonrechter stelde vast dat curandus door zijn geestelijke stoornis niet in staat is de gevolgen van een testament te overzien.
Op grond van artikel 4:55 lid 2 BW Pro kan de kantonrechter alleen toestemming geven als de curandus de gevolgen kan overzien. Dit was niet het geval, waardoor het verzoek werd afgewezen. De kantonrechter benadrukte dat het belang van curandus centraal staat en dat de mening van de curator hierover geen grond is voor toestemming.
Tot slot wees de kantonrechter de curator op de mogelijkheid van een forfaitaire vergoeding als familiecurator volgens landelijke aanbevelingen.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging om namens curandus een ontervend testament op te stellen is afgewezen wegens het ontbreken van wilsbekwaamheid.