ECLI:NL:RBZWB:2013:6497
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning zorgboerderij in strijd met bestemmingsplan
Verzoekers maakten bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders om een omgevingsvergunning te verlenen voor het intern verbouwen van een preischuur en het gebruik daarvan ten behoeve van een zorgaccommodatie, in strijd met het bestemmingsplan. De voorzieningenrechter hield een zitting en beoordeelde de rechtmatigheid van het besluit en de belangenafweging.
De vergunning werd verleend op basis van artikel 4, negende lid, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht, waarbij het college oordeelde dat het perceel feitelijk binnen de bebouwde kom ligt en dat de afwijking van het bestemmingsplan gerechtvaardigd is. Verzoekers stelden dat het perceel buiten de bebouwde kom ligt en dat het college onvoldoende gemotiveerd heeft en geen belangenafweging heeft gemaakt.
De voorzieningenrechter overwoog dat het perceel feitelijk binnen de bebouwde kom ligt, dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd maar dat dit mogelijk bij bezwaar kan worden hersteld. Ook achtte de rechter het niet aannemelijk dat het gebruik van de schuur tot onevenredige geluidsoverlast leidt, mede doordat gebruik van de buitenruimte is verboden onder dwangsom.
Gelet op de belangenafweging en het voorlopige karakter van de voorziening, wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen.