ECLI:NL:RBZWB:2013:6500
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor gebruik buitenruimte zorgboerderij
De zaak betreft een geschil over een last onder dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van een gemeente oplegde aan gebruikers van een perceel waar een zorgboerderij is gevestigd. Verzoekers betoogden dat het gebruik van de buitenruimte en de preischuur ten onrechte werd beperkt, terwijl het college stelde dat het gebruik in strijd was met het bestemmingsplan. De voorzieningenrechter stelde vast dat er sprake was van een ontvankelijke aanvraag omgevingsvergunning die zicht bood op legalisering van de interne verbouwing en het gebruik van de preischuur.
Verzoekers voerden aan dat de begunstigingstermijn van zes weken te kort was en de dwangsom van €15.000 te hoog, mede vanwege de kwetsbaarheid van de cliënten en de impact op de bedrijfsvoering. De voorzieningenrechter oordeelde dat de termijn niet langer mocht zijn dan noodzakelijk en dat zes weken voldoende was. De hoogte van de dwangsom werd als proportioneel beoordeeld gezien de ernst van de overtreding.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het college terecht handhavend optreedt en dat de belangenafweging in het bestreden besluit zorgvuldig was gemaakt. De verzoeken om voorlopige voorziening werden daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak is in het openbaar gedaan op 9 september 2013.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af en bevestigt het college in het opleggen van de last onder dwangsom.