De vrouw vordert in kort geding de toepassing van lijfsdwang tegen de man wegens het niet nakomen van zijn onderhoudsverplichting zoals vastgelegd in eerdere beschikkingen. De man heeft geen betalingen verricht sinds 2010 en beroept zich op betalingsonmacht vanwege een slechte financiële situatie van zijn onderneming.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang van de vrouw bij betaling evident is, ook al ontvangt zij een volledige WWB-uitkering. De man heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij niet kan betalen. Andere executiemiddelen hebben geen resultaat opgeleverd, waardoor lijfsdwang als laatste middel wordt toegestaan.
Verlof wordt verleend met de voorwaarde dat de vrouw pas na twee maanden na dagtekening van het vonnis lijfsdwang mag toepassen, tenzij de man binnen die termijn een bodemprocedure tot wijziging van de onderhoudsbijdrage start. De maximale duur van de gijzeling wordt beperkt tot 30 dagen. Proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.