Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het procesverloop
2.De beoordeling
3.De beslissing
[rechthebbende]voornoemd;
[verzoekster]voornoemd;
[verzoekster]voornoemd;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde verzoeken tot instelling van beschermingsbewind en mentorschap voor een meerderjarige vrouw die vanwege haar geestelijke toestand haar belangen niet meer zelfstandig kan behartigen.
Er waren twee verzoekschriften ingediend door familieleden met een verschil van mening over wie als beschermingsbewindvoerder en mentor moet worden benoemd. De kantonrechter benadrukte dat de voorkeur van de rechthebbende leidend is, tenzij gegronde redenen zich daartegen verzetten.
Tijdens de zitting gaf de rechthebbende expliciet aan dat zij haar dochter als beschermingsbewindvoerster en mentrix wenst, ondanks de verstoorde verhoudingen binnen de familie. De rechtbank volgde deze wens en wees de andere verzoeken af.
De kantonrechter benadrukte het belang van het behartigen van de belangen van de rechthebbende en sprak de hoop uit dat de familie de wens respecteert om verdere conflicten te voorkomen.
De beschikking is uitgesproken op 18 september 2013 en kan binnen drie maanden met hoger beroep worden aangevochten.
Uitkomst: Beschermingsbewind en mentorschap ingesteld met benoeming van de dochter als beschermingsbewindvoerster en mentrix volgens de voorkeur van de rechthebbende.