Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
heeftverloren, tengevolge waarvan
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
, wacht nou even, ik wil de sleutel, want ik wil iets uit mijn huis”, op een vriendelijke manier. [slachtoffer 1] riep: “
Nee!” en liep vervolgens stevig door. Daarna roept verdachte nog een paar keer: “
[slachtoffer 1]”. Als verdachte vlak bij [getuige 1] is, zegt zij: “
Hoi”. Verdachte zegt, als hij naast haar loopt: “
’t Is toch wat hé?”. Als verdachte haar passeert, besluit zij ‘[naam 1]’ een sms’je te sturen. Zij sms’t: ‘Ik zit hier midden in een achtervolging van je buurman en [slachtoffer 1] door het bos hij wil een sleutel.’ Het is dan 18.04.31 uur [10] .
Je hebt toch een sleutel?!”, waarop verdachte roept: “
Nee!”. Daarna lopen ze uit het zicht.
Nee, nee!”. Het klinkt echt als een doodskreet, een hele angstige gil. Het gegil duurt best even. Zij herkent de stem van [slachtoffer 1]. Zij denkt meteen dat verdachte haar aan het slaan is en rent in de richting van het gegil. Er waren geen mensen in de buurt, naar haar weten. In de tijd dat zij in het bos liep, heeft zij verder niemand gezien behalve [slachtoffer 1] en verdachte.
[verdachte], [verdachte], doe eens rustig, doe maar rustig!” Zij hoort dat verdachte schreeuwt: “
Ik word er gek van!” of “
Ik werd er gek van!” Verdachte loopt door. [getuige 1] heeft er niet op gelet of hij op dat moment iets in zijn handen had.
[slachtoffer 1] is neergestoken door die vent.” [getuige 2] fietst het park in waar hij even later [slachtoffer 1] aantreft, liggend op haar rug, met haar benen een beetje over elkaar heen. Hij ziet dat zij een steekwond in haar borst heeft en ziet bloed uit haar mond komen. Ongeveer een meter voor haar voeten ligt een telefoon. [getuige 2] heeft in eerste instantie niemand in het park gezien. Op zijn verzoek komt zijn neef ter plaatse. Deze ontfermt zich over de hond van [slachtoffer 1] [12] .
[slachtoffer 1]”) te praten over de spullen van de kinderen. Hij maakte zich veel zorgen om de kinderen. Onderweg van zijn huis naar het huis van [slachtoffer 1] zag hij [slachtoffer 1] staan tegenover de ingang van het park. Daar heeft hij zijn auto geparkeerd en hij is haar achterna gelopen. Hij heeft haar geroepen, maar zij liep door. Verdachte zegt dat hij zich nog kan herinneren dat hij op het bospad een vrouw met twee honden is gepasseerd. Hij kan zich niet herinneren dat hij nog andere mensen in de buurt heeft gezien, afgezien van die ene vrouw met twee honden. Op een zeker moment liep hij naast [slachtoffer 1]. Hij sprak haar aan over de spullen van de kinderen en over de omgangsregeling. Hij was op dat moment niet boos, maar wel geïrriteerd. Eerst zei [slachtoffer 1] niets, maar op het moment dat hij zich wilde omdraaien, keek [slachtoffer 1] hem aan met – wat hij duidt als – haar ‘[slachtoffer 1]-blik’ (“
Zij keek dwars door mij heen”) en zei: “
Je ziet de kinderen niet meer, dat regel ik wel”. Op dat moment werd het zwart voor zijn ogen. “
Op dat moment ging het licht uit”, aldus verdachte.
wakker” werd en blauwe zwaailichten zag. Toen hij vervolgens zag dat er bloed aan zijn handen zat, is hij naar het (op dat moment gesloten) politiebureau in Heinkenszand gereden en daar heeft hij via de intercom contact opgenomen met de politie.
Ik heb een verschr.., ik ik weet het niet meer ik ik heb volgens mij wat ergs gedaan ik weet het niet meer ik had ruzie ik sta bij Heinkenszand alsjeblieft.” Verdachte huilt en zegt verderop in het gesprek: “
Ik had ruzie met m’n ex … werd donker weer …. m’n hoofd en ze zat me weer te treiteren en … m’n kinderen worden geestelijk mishandeld … die … van jeugdzorg doet geen klote.” [16] Het is dan 18.23 uur [17] .
het donker werd”. Volgens de officier van justitie bevat het dossier voldoende aanwijzingen dat verdachte wel degelijk inzicht had in zijn gedragingen. Immers, kort na het feit dook hij weg toen hij de getuige [getuige 1] zag (dat doe je niet als je niets te verbergen hebt) en ook heeft verdachte volgens [getuige 1] tegen haar gezegd dat hij “
er gek van werd”. Bij de melding bij het politiebureau heeft hij gezegd dat hij “
iets ergs had gedaan”. Het enkele feit dat verdachte zag dat hij bloed aan zijn handen had is voor een gang naar het politiebureau onvoldoende. Bovendien was er ook een geringe aanleiding voor de geclaimde red-out, omdat [slachtoffer 1] wel vaker, zelfs nog daags ervoor, tegen verdachte had gezegd dat hij de kinderen kwijt was. Verdachte hoorde dus niets nieuws van [slachtoffer 1] en volgens zijn verklaring ter zitting viel het op dat moment met zijn boosheid wel mee. Verder staat vast dat verdachte het steekwapen heeft weggemaakt voordat hij zich meldde bij het politiebureau.
Wat niet weet wat niet deert”.
pissig” toen hij zag wat er weg was en wilde praten met [slachtoffer 1] over de manier waarop zij spullen uit zijn huis had weggehaald. Ook speelde de rechtszaak over de omgangsregeling door zijn hoofd.
zoalséén (of meerdere) eenzijdig snijdend(e) mes(sen).’
Als jij bij mij weggaat, maak ik jullie allebei af!” Hij stond toen met een fileermes in zijn hand voor ons in de keuken. Mijn moeder had tegen hem gezegd dat ze bij hem wegging. Ik kwam toen net naar beneden en hoorde dat ze daar ruzie over hadden. In de keuken liep het uit de hand waar ik bij stond. Ik was toen behoorlijk bang want hij stond maar een halve meter bij mij vandaan met dat mes. Hij hield het voor zich met de punt naar mij en mijn moeder gericht. Ik stond op dat moment vlak achter mijn moeder. Mijn zusjes zaten nog aan de eettafel, die hebben het ook gehoord. Mijn oudste zusje weet het nog, die sprak ik pas nog. Toen ik zei dat ik van plan was om aangifte te doen zei zij: “
Zeker van die bedreiging van toen?”’
Val dood”, maar als hij dat al heeft gedaan was dat niet met de intentie om haar met de dood te bedreigen.
of omstreeks29 juli 2011, te [plaats], in de gemeente Borsele,
althans éénmaal, met een mes,
en/of puntig- voorwerp, (onder meer) in en
/ofdoor het
/ofde longen en
/ofde lever,
althans het bovenlichaamvan die [slachtoffer 1]
en/of gesneden, waardoor die [slachtoffer 1] ernstig
(e
)letsel
(s
)
/offors bloed heeft
heeftverloren, tengevolge waarvan
(kort daarna
)is overleden;
één of meertijdstippen gelegen in
of omstreeksde periode van 26 juni
/of[plaats],
althans in
datover wiehij,
het gezag uitoefende ofverzorgde
ofenopvoedde als behorend tot
/of
/of
/of
(telkens)letsel heeft bekomen en/of
(telkens)pijn heeft
of omstreekshet jaar 2007 te [plaats], gemeente Borsele,
/of-haar zoon- [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf
althans met zware mishandeling,
/of[slachtoffer 2] een
)mes getoond en
/of (daarbij
)die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] dreigend de
5.De strafbaarheid
verdrietig, niet vrolijk, tranen in zijn ogen”). De druk nam toe. Dat hij in het park na de opmerking dat hij zijn kinderen niet meer zou zien, een authentieke emotionele arousal heeft gehad, lijkt aannemelijk. Die druk heeft de wilsvrijheid kunnen aantasten. Het betrof een plotselinge, ongewone psychische toestand. Dit maakt dat verdachte niet strafbaar is voor het bewezenverklaarde en dat hij terzake hiervan moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
6.De strafoplegging
hun huis” van te maken.
afgepakte” moeder dat hij nu nooit aan haar zal kunnen laten zien hoe goed het met hem gaat of dat zij hem nog kan troosten als hij verdrietig is.
Als jij bij mij weggaat, maak ik jullie allebei af!”.
- Reclasseringsadvies (beknopt) d.d. 8 augustus 2011;
- Pro Justitia rapportage d.d. 25 december 2011 van de psychiater E.D.M. Masthoff;
- Pro Justitie rapportage d.d. 27 december 2011 van de psycholoog F.C.P. Zuidhof;
- Reclasseringsadvies d.d. 10 januari 2012;
- Pro Justitia rapportage d.d. 5 oktober 2012 van het NIFP (PBC), opgemaakt door de psycholoog J. Heerschap en de psychiaters D.I. Kuijpers en R.J.P. Rijnders;
- Deskundigenrapport d.d. 16 november 2012 van het TMFI, opgemaakt door de rechtspsycholoog K.I.M. van Oorsouw;
- Reactie op voornoemd deskundigenrapport van het TMFI d.d. 21 maart 2013 van het NIFP (PBC), opgemaakt door genoemde deskundigen Heerschap, Kuijpers en Rijnders;
- Deskundigenrapport d.d. 28 juni 2013 van het TMFI (reactie op het PBC-rapport d.d. 21 maart 2013) opgemaakt door de deskundige Van Oorsouw.
7.De benadeelde partijen
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 1 primair tenlastegelegde feit;
een gevangenisstraf van 15 (VIJFTIEN) JAAR;