Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- de processtukken zoals opgenomen in het dossier van de rechtbank;
- het wrakingsverzoek, gedateerd 16 juli 2013 en op diezelfde dag door de rechtbank ontvangen;
- de schriftelijke reactie op het verzoekschrift van mr. E.S.M. van Bergen, de gewraakte bestuursrechter, gedateerd 24 juli 2013 en op diezelfde dag door de rechtbank ontvangen;
- het aanvullend stuk van verzoekster, gedateerd 3 augustus 2013 en door de rechtbank ontvangen op 8 augustus 2013;
- de schriftelijke mededeling van de bestuursrechter van 12 augustus 2013, waarin zij aangeeft niet inhoudelijk te willen reageren op het nadere stuk van vezoekster van 3 augustus;
- de schriftelijke mededeling van Zorgkantoor West-Brabant (verweerder in de hoofdzaak) van 21 augustus 2013, waarin Zorgkantoor West-Brabant aangeeft geen aanleiding te zien tot het geven een reactie op het wrakingsverzoek.
2.Het verzoek
3.Feiten
4.Standpunten partijen
- de in 3.2 genoemde zittingsdatum te bepalen zonder overleg met verzoekster en zonder rekening te houden met de door haar vooraf opgegeven verhinderdata;
- geen uitstel van de zitting te verlenen;
- in de brief van de rechtbank van 12 juli 2013 de woorden “niet vervoerbaar zou zijn” en “het volgens u niet mogelijk was dat de rechtbank telefonisch contact met u zou opnemen” te gebruiken en daarmee vooringenomen te zijn ten aanzien van de ernstige beperkingen van verzoekster;
- de beslissing van de rechtbank, zoals neergelegd in de brief van de rechtbank van 12 juli 2013, om niet in te gaan op een deel van de verzoeken van verzoekster, zoals neergelegd in haar brief aan de rechtbank van 6 juli 2013.
- zij niet betrokken is geweest bij de planning van de in 3.2 genoemde zittingsdatum;
- het verzoek om uitstel van de zitting, ondanks verzoeken van de rechtbank daartoe, onvoldoende is onderbouwd;
- de wijze van formulering in de brief van 12 juli 2013 is gebruikt om aan te duiden dat sprake is van een weergave van de door verzoekster zelf gebruikte bewoordingen tijdens het telefoongesprek van 4 juli 2013;
- niet is ingegaan op een deel van de in de brief van verzoekster van 6 juli 2013 opgenomen verzoeken omdat zij uitdrukkelijk had verzocht om de brief van 6 juli 2013, met bijlagen, niet in afschrift aan verweerder te verstrekken maar delen van die brief de behandeling van de zaak raakten.
5.Motivering
6.Beslissing
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat de behandeling van de zaak met procedurenummer 13/199 AWBZ zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.