Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
vonnis van de kantonrechter d.d. 24 juli 2013
mr. Maria Cornelia Johanna Oonk-Pallandt,
[gedaagde],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Compact Opleidingen B.V. heeft aan [gedaagde] in 2009 en 2010 leningen verstrekt ter hoogte van in totaal €16.000. Kort voor het faillissement van Compact in april 2011 verzocht [gedaagde] om kwijtschelding van deze leningen, wat binnen veertig minuten door de bestuurder van Compact werd afgeboekt. De curator stelde dat deze kwijtschelding paulianeus was en vernietigde deze op grond van artikel 42 Faillissementswet Pro.
[gedaagde] voerde aan dat er geen benadeling van schuldeisers was omdat zij geen verhaal bood, maar kon dit niet aannemelijk maken binnen de korte tijd tussen het verzoek en de afboeking. De rechtbank oordeelde dat het vermoeden van artikel 45 Fw Pro niet was weerlegd en dat de kwijtschelding als paulianeus moest worden aangemerkt.
De curator mocht de overeenkomst van geldlening buitengerechtelijk ontbinden en vorderde betaling van de hoofdsom, incassokosten en rente. De rechtbank wees deze vorderingen toe en veroordeelde [gedaagde] tot betaling van €19.178,16 aan de failliete boedel, inclusief wettelijke rente en incassokosten. De kosten van het geding werden eveneens aan de zijde van de curator toegewezen.
Uitkomst: De kwijtschelding van leningen is vernietigd en [gedaagde] is veroordeeld tot betaling van €19.178,16 aan de curator.