RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Parketnummer: 02-667078-11
proces-verbaal van de openbare zitting van de politierechter op 12 augustus 2013
politierechter: mr. Van Rossum
griffier: Van de Riet
officier van justitie: mr. Zuijdweg
De zaak tegen verdachte wordt uitgeroepen.
De politierechter stelt de identiteit van verdachte vast op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Verdachte is aanwezig en antwoordt op vragen van de politierechter te zijn:
[verdachte]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te Tilburg, [adres 1].
Als raadsman van verdachte is aanwezig mr. R.C. van den Berg, advocaat te Waalwijk.
Tevens is aanwezig medeverdachte [medeverdachte]. De politierechter deelt mee dat de zaken van verdachten [verdachte] en [medeverdachte] gezamenlijk, maar niet gevoegd zullen worden behandeld.
De politierechter vermaant verdachte goed op te letten en deelt mee dat hij niet tot antwoorden verplicht is.
De officier van justitie draagt de zaak voor en deelt mee dat ook de ontnemingsvordering aan de orde is.
De politierechter deelt de korte inhoud mee van:
1. het proces-verbaal nummer PL203F 2011193436 van de politie regio Midden en West Brabant, district Oosterhout, met alle daarin opgenomen processen-verbaal, alle bijlagen en alle overige daarin opgenomen stukken;
2. het uittreksel uit het justitieel documentatieregister van verdachte van 25 juni 2013;
3. de overige stukken.
In dit proces-verbaal zijn verklaringen en mededelingen van de procesdeelnemers steeds zakelijk weergegeven.
Verdachte verklaart:
Ik had eerst wat opgezocht op internet over kwekerijen. Ik heb vervolgens alles alleen gedaan, de stroom ook. We hebben een brand gehad in de kwekerij. Dat was iets voor de politie kwam. Er is nooit een kweek geweest waar we opbrengsten van hebben gehad. Er groeide iets, maar dat is niks geworden. Ik verzorgde de planten. De kwekerij heeft er anderhalf jaar gestaan. Ik heb het drie keer geprobeerd. Een keer hebben we er brand door gehad. Toen ben ik geschrokken en heb ik een tijd niet gekweekt. Daarna heb ik het nog een keer geprobeerd en toen lukte het weer niet. Het was in een kleine ruimte waar blijkbaar niks kan groeien. De ruimte was te laag. De kamer moet een bepaalde hoogte hebben en de lampen moeten op een bepaalde afstand van de planten staan. Ik heb het drie keer geprobeerd. Als je al geïnvesteerd hebt in de lampen hoef je alleen maar planten te halen om te beginnen. Deze kosten 2,50 euro per stekje. Er konden niet veel planten staan. De brand was behoorlijk gevaarlijk, maar uiteindelijk viel het toch mee. Er is niets gebeurd, maar het was wel gevaarlijk. Daarom heb ik een tijd niets gedaan. Er woonden ook kinderen. Daar moeten we ook mee leven. Een kat in het nauw maakt rare sprongen. . Ik heb een heel groot probleem met die vordering. Mevrouw [naam 1] en ik zijn uit elkaar. We hebben een restschuld op het huis, schulden bij CZ en schulden bij de belasting. Dat is in totaal wel 15.000 à16.000 euro. Het aflossen gaat lastig, want ik ben mijn baan kwijt. Ik heb mijn ontslag gekregen. Nu werk ik bij een fietsenwinkel in Goirle. Ik verdien 1.750 euro netto. Daarvan moet ik de alimentatie nog betalen. Ik heb psychische klachten. Het uit elkaar gaan heeft een grote impact op mij. Ik heb daarbij geen hulp.
De officier van justitie houdt haar requisitoir en voert aan:
Is er sprake van een redelijk vermoeden van schuld bij het binnentreden? Op 21 september 2011 komt er een anonieme melding binnen over een hennepkwekerij. Men gaf in de melding aan dat deze kwekerij waarschijnlijk op zolder stond. De politie heeft vervolgens een GBA-controle gedaan. Ten aanzien van de heer [verdachte] werd daarbij in het HKS-systeem een sepot gevonden met betrekking tot de Opiumwet. Op basis hiervan is met toestemming van de rechthebbende de woning binnengegaan. Uit een aanvullend proces-verbaal blijkt dat er ook is gevraagd om mevrouw [naam 1] in het HKS-systeem te controleren. Verbalisant [verbalisant 1] verklaart dat mevrouw [naam 1] niet in het HKS-systeem vermeld staat en er verder geen bevindingen zijn gedaan. Er is geen hennepgeur waargenomen of iets dergelijks. Gelet op de geldende jurisprudentie is een MMA-melding en een controle in het HKS-systeem, zonder daarnaast een ondersteunende waarneming, onvoldoende voor een redelijk vermoeden van schuld. Het binnentreden was dus onrechtmatig en het door het binnentreden verkregen bewijs is daarmee ook onrechtmatig verkregen. Ik verzoek dan ook tot bewijsuitsluiting van het door het binnentreden verkregen bewijs, bestaande uit de verklaring van verdachte, de bevindingen van de politie en de verklaring van getuige [getuige]. In aansluiting op het voorgaande wil ik wijzen op de beschikking van de rechtbank Breda, waarin het klaagschrift van verdachte gegrond is verklaard. Destijds gaf de politierechter aan dat het hoogst onwaarschijnlijk zou zijn dat er een veroordeling zou volgen na dit binnentreden. Er blijft dan onvoldoende bewijs over. Mevrouw [naam 1] heeft toestemming verleend voor het binnentreden. Echter verzoekt het Openbaar Ministerie om vrijspraak, gezien het afgeronde dossier. Hoewel de bevindingen duidelijk zijn, heb ik er goed over nagedacht. Er moet een splitsing worden gemaakt tussen het moment voorafgaand aan het binnentreden en het binnentreden zelf. Het binnentreden was met toestemming, maar daaraan voorafgaand was er geen redelijk vermoeden van schuld. Normaal gezien worden er dan aanvullende onderzoeksmethoden benut. Deze splitsing heb ik gemaakt. Daardoor rest er mij niets anders dan voor verdachte een vrijspraak te verzoeken voor beide feiten. Daarnaast verzoek ik de ontnemingsvordering af te wijzen.
De officier van justitie legt de vordering aan de politierechter over.
De raadsman houdt zijn pleidooi en voert aan:
Hetgeen de officier van justitie aanvoert ten aanzien van een vrijspraak is ook mijn pleidooi. De kern daarvan is dat ik haar standpunt deel ten aanzien van de splitsing. De vraag is of er sprake was van een redelijk vermoeden van schuld. Dat moet er zijn voorafgaand aan het binnentreden. Mevrouw [naam 1] gaf wel toestemming, maar het bewijs is op onrechtmatige wijze verkregen. Bij het binnentreden was er namelijk geen redelijk vermoeden van schuld. In het dossier bevindt zich nog een aanvullend proces-verbaal van bevindingen om misschien toch nog een redelijk vermoeden van schuld te creëren, maar dat is niet gelukt. Ik acht een volledige vrijspraak redelijk.
Verdachte krijgt het laatste woord, maar maakt hiervan geen gebruik.
De politierechter sluit het onderzoek en doet meteen mondeling uitspraak.
aantekening van het mondeling vonnis d.d. 12 augustus 2013