Belanghebbende, aandeelhouder en werknemer binnen een fiscale eenheid van vennootschappen, maakte bezwaar tegen navorderingsaanslag en vergrijpboete over het jaar 2006. De inspecteur had kosten van een verrekijker en nachtkijker door de vennootschap aangemerkt als winstuitdeling en een boete van 25% opgelegd. Kosten van een jachtpachtrecht werden eveneens als uitdeling gezien.
De rechtbank stelde vast dat de verrekijker en nachtkijker niet zakelijk waren, maar dienden ter persoonlijke behoefte van belanghebbende, mede gelet op het gebruiksdoel en locatie. De kosten hiervan moesten worden toegerekend aan het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang. De vergrijpboete van 25% werd passend geacht wegens grove schuld.
Voor het jachtpachtrecht oordeelde de rechtbank dat dit wel een zakelijk karakter had, omdat het werd gebruikt voor bedrijfsactiviteiten zoals relatiebeheer en omzetgeneratie binnen de groepsvennootschappen. De boete voor dit onderdeel verviel dan ook. De navorderingsaanslag werd dienovereenkomstig verminderd en de inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.