Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende was ingeschreven als bestuurder en verrichtte feitelijke bestuurshandelingen bij een bouwgerelateerde BV die failliet ging. De ontvanger stelde hem aansprakelijk voor niet-betaalde belastingschulden en naheffingsaanslagen loonheffingen en omzetbelasting.
Belanghebbende voerde aan slechts werknemer te zijn en niet als bestuurder te gelden, en dat het financiële beleid niet zijn verantwoordelijkheid was. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende wel degelijk bestuurder was, gezien zijn inschrijving en feitelijke bestuurshandelingen.
De rechtbank beoordeelde ook of de BV tijdig betalingsonmacht had gemeld. Voor naheffingsaanslagen na faillissement geldt dat de ontvanger moet bewijzen dat niet-betaling aan kennelijk onbehoorlijk bestuur van belanghebbende te wijten is. Dit is niet aannemelijk gemaakt, waardoor de aansprakelijkheid voor die aanslagen wordt verminderd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar, vermindert de aansprakelijkstelling tot €381.464 en veroordeelt de ontvanger in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De aansprakelijkstelling van belanghebbende wordt verminderd tot €381.464 en het beroep wordt gegrond verklaard.