ECLI:NL:RBZWB:2013:8038
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op klacht bij inspecteur belastingdienst afgewezen
Belanghebbende diende op 29 december 2009 een klacht in bij de inspecteur van de Belastingdienst. Na het uitblijven van een tijdige beslissing op deze klacht, diende belanghebbende op 22 maart 2013 een ingebrekestelling in gericht op het niet tijdig beslissen. De inspecteur wees het verzoek om toekenning van een dwangsom af op 9 april 2013, en verklaarde het daaropvolgende bezwaar niet-ontvankelijk op 31 juli 2013.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 3 september 2013 tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en verzocht om toekenning van een dwangsom en een vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank oordeelde dat de regels betreffende beslistermijnen uit afdeling 4.1.3 van de Awb niet van toepassing zijn op klachten, omdat klachten geen aanvragen van beschikkingen zijn zoals bedoeld in artikel 1:3, derde lid, Awb. Hierdoor was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van immateriële schade werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de klacht wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.