ECLI:NL:RBZWB:2013:8152
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verlenging ontruimingstermijn bij huurgeschil over indexering en achterstallige huur
Partijen zijn betrokken bij een huurgeschil waarbij huurder [A] de huur heeft opgeschort wegens onenigheid over facturen en indexering van de huurprijs. De huurovereenkomst bevat een indexeringsbeding dat verhuurder [b] pas in 2013 voor het eerst inroept, met terugwerkende kracht tot 2008.
[A] heeft de huurbetalingen twaalf maanden opgeschort vanwege onbetaalde facturen van [b], zonder dit vooraf te communiceren. Verhuurder stelt wanbetaling en wil de huurovereenkomst ontbinden en ontruimen per 1 juli 2013. Huurder verzoekt om verlenging van de ontruimingstermijn tot juli 2014, stellende dat hij afhankelijk is van het gehuurde voor zijn levensonderhoud.
De kantonrechter oordeelt dat de vraag of verhuurder nog een beroep kan doen op het indexeringsbeding niet in deze verzoekschriftprocedure kan worden beantwoord, maar in een dagvaardingsprocedure met bewijslevering. Wanbetaling is niet aannemelijk omdat de huurprijs nog niet definitief is vastgesteld. De belangenafweging weegt in het voordeel van huurder, die een wezenlijk belang heeft bij voortzetting van het gebruik.
Het verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn wordt toegewezen tot 1 juli 2014. Het verzoek van verhuurder tot betaling van achterstallige huur wordt verwezen naar een dagvaardingsprocedure. Partijen dragen hun eigen kosten.
Uitkomst: De ontruimingstermijn wordt verlengd tot 1 juli 2014 en het geschil over achterstallige huur wordt verwezen naar een dagvaardingsprocedure.