ECLI:NL:RBZWB:2013:8452
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Instelling beschermingsbewind en mentorschap in plaats van ondercuratelestelling
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 19 november 2013 een verzoek tot ondercuratelestelling van een persoon die vanwege een geestelijke stoornis niet in staat werd geacht zijn belangen goed waar te nemen. Uit de overgelegde UWV-documenten en het verhoor bleek dat de betrokkene tijdelijk of duurzaam beperkt is in het behartigen van zowel vermogensrechtelijke als niet-vermogensrechtelijke belangen.
De kantonrechter benadrukte het uitgangspunt van zelfbeschikking en dat beschermende maatregelen niet verder mogen ingrijpen dan noodzakelijk. Tijdens de mondelinge behandeling werd vastgesteld dat ondercuratelestelling, de meest verstrekkende maatregel, niet noodzakelijk is. In plaats daarvan kan de betrokkene adequaat worden beschermd door het instellen van beschermingsbewind en mentorschap.
De betrokkene, zijn persoonlijk begeleidster en de voorgestelde curator gaven aan de voorkeur te geven aan deze minder ingrijpende maatregelen. De kantonrechter besloot daarom het verzoek tot ondercuratelestelling als ingetrokken te beschouwen en stelde beschermingsbewind in over alle goederen van de betrokkene en sprak mentorschap uit. Tevens werd een jaarlijkse rapportageverplichting aan de mentor opgelegd.
De beschikking werd uitgesproken door kantonrechter W.E.M. Verjans en kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, in hoger beroep worden aangevochten bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Verzoek tot ondercuratelestelling ingetrokken; beschermingsbewind en mentorschap ingesteld.