De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde beroepen tegen lastgevingen tot het staken van permanente bewoning van recreatiewoningen op Parc Patersven, gemeente Zundert. Eisers sub 2 t/m 10 kregen een begunstigingstermijn van 10 jaar opgelegd, terwijl eisers sub 11 en 12 een termijn van 1 jaar kregen. Eiser sub 1 was belanghebbende bij de besluiten en stelde beroep in tegen de lange termijn.
De rechtbank oordeelde dat permanente bewoning in strijd is met het bestemmingsplan en dat verweerder bevoegd is tot handhaving. Er was geen concreet zicht op legalisatie en het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan. De beleidsregel die een langere termijn gaf op basis van de duur van de overtreding werd niet in overeenstemming geacht met artikel 5:32a Awb, dat een zo kort mogelijke termijn vereist.
Gezien de ongunstige woningmarkt en het grote aantal overtreders stelde de rechtbank zelf een termijn van 1 jaar vast als voldoende voor het vinden van vervangende woonruimte. De dwangsom van € 25.000 werd als redelijk beoordeeld. De beroepen van eiser sub 1 werden gegrond verklaard voor zover zij de termijn van 10 jaar betrof, en ongegrond voor de overige punten. De beroepen van eisers sub 2 t/m 12 werden ongegrond verklaard.