Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding.
nadat alle besprekingen over de geschilpunten definitief zijn afgerond en nadat de standpunten van partijen definitief zijn geworden.".
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2008 en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet 2008. Ondanks uitstelverzoeken van belanghebbende werd door de inspecteur niet tijdig uitspraak op bezwaar gedaan. De termijn voor uitspraak op bezwaar verstreek op 23 februari 2012 zonder dat de inspecteur een besluit nam.
Belanghebbende stelde de inspecteur vervolgens schriftelijk in gebreke en maakte aanspraak op dwangsommen wegens overschrijding van de beslistermijn. De inspecteur reageerde niet adequaat, waardoor de rechtbank oordeelde dat de inspecteur terecht in gebreke is gesteld en een dwangsom van €1.260 heeft verbeurd.
De rechtbank gelastte de inspecteur binnen twee weken alsnog een besluit te nemen, onder dreiging van een dwangsom van €50 per dag met een maximum van €7.500. Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €109,25 en het betaalde griffierecht van €44. De rechtbank stelde vast dat geen sprake was van een overeengekomen uitstel, omdat de inspecteur niet schriftelijk had bevestigd akkoord te gaan met de verlenging van de beslistermijn.
De uitspraak werd gedaan door rechter C.A.F.M. Stassen op 21 november 2013 en is openbaar uitgesproken. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar werd gegrond verklaard, maar de rechtbank besloot nog niet over het inhoudelijke bezwaar zelf te oordelen.
Uitkomst: De inspecteur verbeurt een dwangsom wegens niet tijdig beslissen en wordt gelast binnen twee weken alsnog te beslissen onder dwangsom.