Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende exploiteert een laanbomenkwekerij en gebruikt een vrachtauto uitgerust met een kraan voor het planten van bomen. De inspecteur legde naheffingsaanslagen belasting zware motorrijtuigen (BZM) en verzuimboetes op omdat belanghebbende zonder aangifte gebruik maakte van de autosnelweg.
De kern van het geschil is of de vrachtauto uitsluitend bestemd is voor goederenvervoer over de weg. Belanghebbende stelt dat de kraanfunctie het gebruik als goederenvervoer uitsluit, omdat het vervoer ten dienste staat van het plantproces.
De rechtbank volgt de uitleg van de Hoge Raad en het Hof van Justitie dat beslissend is hoe het voertuig is gebouwd en ingericht, niet het feitelijke gebruik. De vrachtauto is bestemd om regelmatig en duurzaam deel te nemen aan goederenvervoer. De aanwezigheid van de kraan verandert deze bestemming niet.
Daarom zijn de naheffingsaanslagen terecht opgelegd. Ook de verzuimboetes zijn passend omdat belanghebbende de fiscale verplichtingen niet is nagekomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslagen en verzuimboetes wordt ongegrond verklaard.