ECLI:NL:RBZWB:2013:8897
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening loondoorbetaling en wedertewerkstelling na vernietiging vaststellingsovereenkomst
Partijen sloten een vaststellingsovereenkomst waarin de arbeidsovereenkomst eindigt per 1 november 2013 en eiser tot die datum is vrijgesteld van arbeid met behoud van loon. Eiser stelt dat de overeenkomst onder invloed van wilsgebreken tot stand is gekomen en heeft deze vernietigd. Hij vordert bij wijze van voorlopige voorziening loondoorbetaling en wedertewerkstelling.
De kantonrechter overweegt dat het spoedeisend belang ontbreekt omdat de arbeidsovereenkomst nog loopt tot 1 november 2013 en eiser loon ontvangt. Bovendien is geen sprake van een eenzijdige non-actiefstelling. Eiser voert aan dat hij door afwezigheid vervreemdt van het werk en zijn positie in het geschil wordt geschaad, maar dit wordt niet aannemelijk geacht.
De rechter merkt op dat eiser als chauffeur zelfstandig werkt en weinig direct contact met collega’s heeft, zodat geen onomkeerbare situatie ontstaat door de vrijstelling van werk. Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De vordering tot voorlopige voorziening voor loondoorbetaling en wedertewerkstelling wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.