ECLI:NL:RBZWB:2013:9005
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.L.L. Poeth
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewind en mentorschap wegens onmogelijkheid effectief beheer en belangenbehartiging
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft bij beschikking van 3 december 2013 het bewind over de goederen en het mentorschap over een rechthebbende opgeheven. Het bewind en mentorschap waren ingesteld vanwege de lichamelijke of geestelijke toestand van de rechthebbende, maar door het feit dat zij feitelijk in Duitsland verblijft en de medewerking van haar zus en zwager ontbreekt, is een effectief beheer en behoorlijke belangenbehartiging niet mogelijk.
Eerdere bewindvoerders en mentoren, de zus en zwager van de rechthebbende, werden in 2012 ontslagen wegens onvoldoende uitvoering van hun taken en gebrek aan transparantie. Nieuwe bewindvoerder en mentor werden benoemd, die hun zorgen uitten over de financiële situatie en zorgverlening. Pogingen om de officier van justitie te bewegen tot ondercuratelestelling liepen spaak, mede omdat de rechthebbende mogelijk is geëmigreerd.
De kantonrechter oordeelde dat voortzetting van het bewind en mentorschap geen redelijk doel dient, mede omdat de noodzakelijke medewerking van de rechthebbende en haar omgeving ontbreekt. Tevens werd kritiek geuit op het openbaar ministerie vanwege het ontbreken van een gemotiveerde reactie op verzoeken van de kantonrechter. De bewindvoerder moet nog eindrekening en verantwoording afleggen.
De beschikking kan binnen drie maanden worden bestreden door belanghebbenden via het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het bewind en mentorschap worden opgeheven omdat effectief beheer en behoorlijke belangenbehartiging niet mogelijk zijn.