ECLI:NL:RBZWB:2013:9064

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 december 2013
Publicatiedatum
9 december 2013
Zaaknummer
2406355_E05122013
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:441 BWArt. 1:448 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag beschermingsbewindvoerster wegens verstoorde relatie en communicatieproblemen

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek van de rechthebbende tot ontslag van haar beschermingsbewindvoerster vanwege klachten over moeizame communicatie, slechte bereikbaarheid en het niet verstrekken van financiële overzichten. De kantonrechter constateerde een verstoorde relatie tussen partijen en beoordeelde het dossier van de beschermingsbewindvoerster als onoverzichtelijk en onvoldoende gestructureerd.

De kantonrechter stelde vast dat het dossier essentiële elementen miste, zoals vastlegging van doelen en afspraken, en dat er geen voortvarend schuldsaneringstraject was gestart ondanks een aanzienlijke schuld bij aanvang van het bewind. De communicatieproblemen werden deels veroorzaakt door het ontbreken van duidelijke afspraken en onvoldoende periodiek contact.

Hoewel de klacht over mensonterend gedrag ongegrond werd verklaard, werd de klacht over communicatie en bereikbaarheid gegrond bevonden. De kantonrechter oordeelde dat de beschermingsbewindvoerster tekort was geschoten in haar professionele taak, met name in het bieden van maatwerk en het onderhouden van een goede relatie met de rechthebbende.

Daarom werd de huidige beschermingsbewindvoerster ontslagen en werden nieuwe beschermingsbewindvoerders benoemd. De huidige bewindvoerster werd verplicht tot een zorgvuldige dossieroverdracht en het afleggen van verantwoording. De beschikking werd uitgesproken op 5 december 2013 en is vatbaar voor hoger beroep.

Uitkomst: Verzoek tot ontslag van beschermingsbewindvoerster wordt toegewezen en opvolgende bewindvoerders benoemd wegens verstoorde relatie en communicatieproblemen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton
Bergen op Zoom
zaaknummer: 2406355 OV VERZ 13-4883
beschikking d.d. 5 december 2013 op een verzoek tot ontslag als bewindvoerder en benoeming opvolgend bewindvoerder

1.Het procesverloop

1.1
Bij beschikking van de kantonrechter te Bergen op Zoom d.d. 20 september 2011 zijn de goederen van [rechthebbende], geboren[geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [adres], hierna te noemen rechthebbende, onder bewind gesteld met benoeming van [bewindvoerder 1], gevestigd te[adres], tot beschermingsbewindvoerster.
1.2
Op 2 oktober 2013 is ter griffie een verzoekschrift van de rechthebbende ontvangen waarin ontslag van [bewindvoerder 1] als beschermingsbewindvoerster wordt verzocht en benoeming tot opvolgend beschermingsbewindvoerders van de heer [naam] en mevrouw[naam], beiden h.o.d.n. [bewindvoerder 2], gevestigd te [adres].
1.3
Bij brief van 7 oktober 2013, met producties, is namens de huidige beschermingsbewindvoerster gereageerd op het onderhavige wijzigingsverzoek, waaronder begrepen een reactie op de in dat verband door rechthebbende geuite klachten.
1.4
Op 10 oktober 2013 is ter griffie een schriftelijke bereidverklaring van de nieuwe beschermingsbewindvoerders ontvangen.
1.5
Dit verzoek is mondeling behandeld op 21 november 2013 in aanwezigheid van mevrouw [naam] en [naam]van [bewindvoerder 1] Rechthebbende is ter zitting verschenen in persoon. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter aan de vertegenwoordigers van de beschermingsbewindvoerster verzocht om toezending van een kopie van het bij haar aanwezige dossier van rechthebbende. Op 3 december 2013 is voornoemde kopie binnengekomen bij de rechtbank, kantonlocatie Bergen op Zoom.

2.De beoordeling

2.1
Rechthebbende geeft in haar verzoek - kort samengevat - aan geen vertrouwen meer te hebben in haar beschermingsbewindvoerder. Zij stelt dat de communicatie erg moeizaam verloopt, dat de beschermingsbewindvoerder moeilijk bereikbaar is, dat zij weinig of geen financiële overzichten verstrekt en dat zij mensonterend behandeld wordt.
2.2
De kantonrechter heeft na voormelde mondelinge behandeling kennis kunnen nemen van de inhoud van het kennelijk bij de beschermingsbewindvoerster voorhanden dossier van rechthebbende. Wat hierbij direct opvalt, is de onoverzichtelijkheid van het dossier.
Een dossier dient alle voor de uitoefening van de onderbewindstelling van belang zijnde documentatie en correspondentie met en ten aanzien van rechthebbende te bevatten, waaronder de beschikbare documenten met betrekking tot de vermogenstoestand van rechthebbende en de vastlegging van de contacten door/namens de beschermingsbewind- voerster met rechthebbende. Ook had de beschermingsbewindvoerster zo spoedig mogelijk na benoeming -in overleg met rechthebbende- het doel van de onderbewindstelling dienen vast te stellen en de wederzijdse afspraken om dit doel te bereiken. In het dossier treft de kantonrechter wel een uitnodiging (brief van 15 september 2011) aan voor het houden van een intakegesprek maar daarbij blijft het. Of dit intakegesprek ooit gehouden is, blijft onduidelijk. Geen enkele verslaglegging hierover is aanwezig. Ook blijkt niets van een -in overleg- geformuleerd doel en gemaakte afspraken in dat kader. Voorts blijkt uit het dossier niet van een gestructureerd periodiek overleg/contact met rechthebbende. Verder blijkt niet van het voortvarend opstarten van een schuldsaneringtraject terwijl bij aanvang van het onderhavige beschermingsbewind al sprake was van een schuld van tussen de 15.000 – 20.000 euro. Tijdens voormelde mondelinge behandeling van 21 november 2013 blijkt er nog steeds geen traject te lopen. Een constatering meer dan 3 (drie) jaar na instelling van het onderhavige beschermingsbewind. Gelet op bovenstaande bevreemdt het de kantonrechter niet dat vervolgens de communicatie met rechthebbende moeizaam verloopt.
2.3
Onweersproken staat vast dat rechthebbende vele malen om extra geld heeft gevraagd. Rechthebbende erkent ook dat het is voorgekomen dat zij in dat verband wel eens driemaal per week de kantoorlocatie van haar beschermingsbewindvoerster bezocht. Uit het dossier (brief 20 februari 2013) blijkt dat namens de beschermingsbewindvoerster in dit verband is gedreigd met een soort huisverbod ter voorkoming van het frequente bezoek door rechthebbende. Rechthebbende diende haar vragen telefonisch kenbaar te maken tijdens de daarvoor bedoelde tijden dan wel schriftelijk. De kantonrechter merkt hierover op dat de beschermings- bewindvoerster natuurlijk niet meer gelden aan rechthebbende kan verstrekken dan zij ten behoeve van rechthebbende binnenkrijgt. Veelvuldige verzoeken om extra geld van de zijde van rechthebbende, maken dit niet anders. Het komt de kantonrechter voor dat rechthebbende van haar kant zich hier niet heeft gedragen, zoals het hoort. Wellicht had de beschermings- bewindvoerster deze discussie over extra geld ook kunnen voorkomen indien rechthebbende op een deugdelijke wijze inzage had verstrekt in haar financiële situatie.
Ter zitting is komen vast te staan, dat rechthebbende pas vanaf april 2013 maandelijks financiële overzichten krijgt en voor die tijd slechts 1x per kwartaal. Eenmaal per kwartaal was naar het oordeel van de kantonrechter duidelijk te weinig.
2.4
Van mensonterend handelen is de kantonrechter noch tijdens de mondelinge behandeling noch bij bestudering van het dossier gebleken. De door rechthebbende ervaren permanente geldnood maakt dit niet anders.
2.5
Het slagen van een traject betreffende beschermingsbewind staat of valt met het bestaan dan wel ontbreken van een goede communicatie. Het ligt op de weg van de (professionele) beschermingsbewindvoerder om de randvoorwaarden te scheppen waarbinnen deze benodigde communicatie op een goede wijze kan plaatsvinden. Dit scheppen van goede randvoorwaarden start met het zo spoedig mogelijk -in overleg- vaststellen van het doel van de bewindvoering, het maken van duidelijke wederzijdse afspraken en het vervolgens nakomen van deze afspraken. Door dit niet of onvoldoende te doen, is het ontstaan van een verstoorde relatie een kwestie van tijd. Zeker in een dossier als het onderhavige wat wordt ingekleurd door een geestelijke en een financiële problematiek.
De kantonrechter is van oordeel, dat de huidige beschermingsbewindvoerster op het punt van communicatie en omgang met deze rechthebbende een fors verwijt kan worden gemaakt.
Bij beschermingsbewind gaat het om het bieden van maatoplossingen. Iedere rechthebbende is in dat opzicht uniek en vraagt mitsdien om een andere aanpak. Een professionele beschermingsbewindvoerder kan zich in zijn bedrijfsvoering niet beperken tot het aanbieden van standaardpakketten van dienstverlening!
2.6
De kantonrechter zal hierna de klachten met betrekking tot communicatie en bereikbaarheid gegrond verklaren. De klacht wat betreft mensonterend gedrag is ongegrond.
2.7
Nu rechthebbende en de huidige beschermingsbewindvoerster het erover eens zijn dat hun relatie verstoord, zal de kantonrechter de huidige beschermingsbewindvoerster ontslaan en een opvolgend beschermingsbewindvoerder benoemen.
2.8
[naam] en [naam] van [bewindvoerder 2] gevestigd te [adres], hebben zich bereid verklaard om tot opvolgend beschermingsbewindvoerders van rechthebbende benoemd te worden. Tegen deze personen is niet gebleken van bezwaren.
De kantonrechter zal de wijziging en benoeming doen ingaan met ingang van 15 december 2013. De huidige beschermingsbewindvoerster dient zorg te dragen voor een deugdelijke dossieroverdracht aan de opvolgend beschermingsbewindvoerders en voor het afleggen van rekening en verantwoording aan rechthebbende en de kantonrechter in dit kader.

3.De beslissing

De kantonrechter:
verklaart de klachten van rechthebbende wat betreft de door haar gestelde slechte communicatie en moeilijke bereikbaarheid van haar huidige beschermingsbewindvoerster gegrond;
verklaart de klacht(en) van rechthebbende voor het overige ongegrond;
ontslaat, met ingang van
15 december 2013, [bewindvoerder 1], gevestigd te [adres] voornoemd als beschermingsbewindvoerster over de goederen van de rechthebbende [rechthebbende];
benoemt, met ingang van
15 december 2013, [naam] en [naam] van [bewindvoerder 2], voornoemd, tot beschermingsbewindvoerders over de goederen van de rechthebbende [rechthebbende].
Deze beschikking is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 december 2013.
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.