Belanghebbende, bestuurder en aandeelhouder van BV's actief in de bouwsector, werd aansprakelijk gesteld voor onbetaalde naheffingsaanslagen loon- en omzetbelasting over 2004-2008. Na een boekenonderzoek werden diverse naheffingsaanslagen opgelegd, waarop belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde.
De rechtbank onderzocht of BV 1 in gebreke was met betalingen, of tijdig melding van betalingsonmacht was gedaan, en of de aansprakelijkstelling correct was berekend. De rechtbank oordeelde dat BV 1 ook voor de aanslag A01.9750 in gebreke was, ondanks een betaling die onterecht niet op die aanslag was afgeboekt.
De meldingstermijn van betalingsonmacht eindigt volgens de rechtbank twee weken na de vervaldag van de aanslagen. De inspecteur had reeds tijdens het boekenonderzoek kennis van betalingsproblemen, welke kennis aan de ontvanger kon worden toegerekend. Voor twee aanslagen was tijdig melding gedaan, voor twee niet. Voor de tijdig gemelde aanslagen was geen causaal verband tussen kennelijk onbehoorlijk bestuur en onbetaald blijven aangetoond, waardoor die aansprakelijkstelling werd vernietigd.
Voor de niet tijdig gemelde aanslagen bleef het wettelijk vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur bestaan, dat belanghebbende niet heeft ontzenuwd. De rechtbank stelde de aansprakelijkstelling daarom gedeeltelijk vast en veroordeelde de ontvanger in de proceskosten.