ECLI:NL:RBZWB:2013:9574

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 december 2013
Publicatiedatum
12 december 2013
Zaaknummer
2406369_E11122013
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:441 lid 2 sub a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek bewindvoerder tot schenking uit onder bewind gesteld vermogen wegens belangenconflict en AWBZ-bijdrage

De bewindvoerder verzocht om machtiging tot schenking van €100.000 uit het vermogen van zijn dementerende oom, de rechthebbende, om een hypotheek af te lossen en erfbelasting te verminderen. De kantonrechter oordeelde dat het verzoek niet het belang van de rechthebbende dient, maar dat van de bewindvoerder. Het vermogen moet primair ten goede komen aan de rechthebbende zelf, waarbij vooruitlopen op de situatie na overlijden niet opportuun is.

Daarnaast wees de kantonrechter het argument af dat de schenking de AWBZ-bijdrage van de rechthebbende zou verlagen. De AWBZ-bijdrage is een wettelijke regeling die afhankelijk is van inkomen en vermogen, en het toestaan van een schenking om deze bijdrage te verlagen zou neerkomen op het frustreren van deze regeling. De kantonrechter verleende slechts een eenmalige machtiging voor een kleine schenking binnen de belastingvrije grenzen.

Het vonnis benadrukt het belang van het beschermen van het vermogen van de rechthebbende en het naleven van wettelijke regelingen, waarbij het verzoek van de bewindvoerder niet werd gehonoreerd omdat het niet in het belang van de rechthebbende was en de wettelijke AWBZ-regeling zou worden ondermijnd.

Uitkomst: Verzoek tot schenking van €100.000 uit het onder bewind gestelde vermogen wordt afgewezen wegens belangenconflict en frustratie van AWBZ-regeling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton
Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 2406369 OV VERZ 13-4884
beschikking d.d. 11 december 2013 op een machtigingsverzoek ex artikel 1:441 lid 2 sub a van Pro het Burgerlijk Wetboek

1.Het verzoek en de beoordeling

1.1
De kantonrechter heeft kennis genomen van een op 3 oktober 2013 door de griffie ontvangen schriftelijk verzoek tot schenking van € 100.000,00 aan de bewindvoerder (een kopie van dat verzoekschrift is aan deze beschikking gehecht). Het verzoek is mondeling behandeld ter terechtzitting van 21 november 2013.
1.2
De bewindvoerder baseert zijn verzoek op de mogelijkheid om gebruik te maken van de verruimde schenkingsvrijstelling aan kinderen en anderen tot en met € 100.000,00 ten behoeve van de eigen woning. Het resultaat zou dan zijn dan de hypothecaire lening van rechthebbende aan de bewindvoerder ad € 170.500,00 met het geschonken bedrag zou worden verminderd. Bovendien zou te zijner tijd een eventuele aanslag erfbelasting met een substantieel bedrag verminderd worden waarmee voorts voldaan wordt aan de wens van rechthebbende en zijn overleden echtgenote dat hun vermogen zoveel als mogelijk binnen de familie blijft en daarvan zo min mogelijk naar de belasting gaat. De bewindvoerder stelt voorts dat er een schenkingstraditie bestaat en dat er voor rechthebbende geen uitgaven te verwachten zijn, gelet op diens lichamelijke en geestelijke situatie. Tenslotte stelt de bewindvoerder dat noch rechthebbende, noch anderen door de schenking worden geschaad.
1.3
De kantonrechter is van oordeel dat met het onderhavige verzoek niet de belangen van rechthebbende, maar die van de bewindvoerder worden gediend. De kantonrechter heeft echter maar één belang te behartigen en dat is dat van rechthebbende. Het vermogen van rechthebbende dient bij voorkeur te worden besteed aan doeleinden ten behoeve van hemzelf. Uitgangspunt is dat rechthebbende ook voor zijn eigen oudedagvoorziening heeft gespaard. Vooruitlopen op een situatie na zijn overlijden acht de kantonrechter dan ook niet opportuun. Uit het bewindsdossier blijkt dat inderdaad in het verleden schenkingen zijn gedaan, maar deze besloegen slechts het jaarlijkse van belasting vrijgestelde bedrag. Op deze gewoonte van rechthebbende en zijn overleden echtgenote voortgaand, en gelet op de beschikking van 20 december 2012, zal de kantonrechter éénmalig machtiging verlenen om in 2014 het van belasting vrijgestelde bedrag voor anderen dan kinderen uit het vermogen van rechthebbende te schenken aan de bewindvoerder en zijn kinderen.
1.4
Voorts is het argument dat door de schenking de AWBZ-bijdrage voor rechthebbende wordt verlaagd, geen reden om machtiging te verlenen voor de schenking. Met zijn stelling dat noch rechthebbende, noch anderen worden geschaad verliest de bewindvoerder uit het oog dat de AWBZ wordt bekostigd uit de algemene middelen. De AWBZ is in Nederland een verplichte, collectieve ziektekostenverzekering voor niet individueel verzekerbare ziektekostenrisico’s. Verzekerd voor de AWBZ zijn ingezetenen van Nederland en niet-ingezetenen van Nederland die bepaalde inkomsten in Nederland genieten. De AWBZ is één van de zogenoemde
verplichtevolksverzekeringen. Wie zorg ontvangt uit de AWBZ, betaalt een deel van deze zorg zelf. Deze eigen bijdrage is onder meer afhankelijk van het inkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe hoger de eigen bijdrage. Op 1 januari 2013 is de berekening van de eigen bijdrage veranderd in die zin dat wie meer vermogen heeft, ook meer zelf moet betalen. De overheid telt een deel van iemands vermogen mee als inkomen. Dit heeft grote gevolgen voor de hoogte van de eigen bijdrage. Het is de kantonrechter bekend, dat deze substantiële verhoging van de eigen bijdrage AWBZ landelijk tot veel protest heeft geleid onder meer vanuit de ouderenorganisaties. Rechthebbende heeft belang bij de door de AWBZ-zorginstelling verstrekte zorg. Deze zorg dient niet beperkt te blijven tot de aangeboden basiszorg binnen de zorginstelling. Tot de door de beschermingsbewindvoerder te behartigen belangen behoort naar het oordeel van de kantonrechter niet het -door het doen van schenkingen ten laste van rechthebbende- bewust interen op het vermogen van rechthebbende zodat rechthebbende als direct gevolg hiervan een lagere eigen AWBZ-bijdrage zou behoeven te betalen. Het afgeven van een machtiging door de kantonrechter op die grond zou er immers toe leiden, dat de kantonrechter zijn medewerking verleent aan het frustreren van de werking van een wettelijke regeling.
1.5
Gelet op het voorgaande wordt als volgt beslist.

2.De beslissing

De kantonrechter:
verleent éénmalig machtiging tot schenking van een bedrag van € 2.057,00 in het jaar 2014 aan de bewindvoerder, alsmede aan zijn kinderen [naam] en [naam];
wijst het verzoek voor het overige af.
Deze beschikking is gegeven op 11 december 2013 door mr. W.E.M. Verjans en door deze en de griffier ondertekend.
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:
door de verzoeker en door de in de procedure verschenen belanghebbenden: binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.