ECLI:NL:RBZWB:2013:9580
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking verblijfsvergunning zonder voorafgaande zienswijze
Eiseres had een verblijfsvergunning op grond van een relatie die inmiddels was verbroken. Zij heeft deze wijziging niet gemeld aan de staatssecretaris, terwijl dit op grond van het Vreemdelingenbesluit 2000 binnen vier weken had moeten gebeuren.
De staatssecretaris heeft daarop de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht ingetrokken zonder eiseres vooraf de gelegenheid te geven een zienswijze in te dienen. Eiseres stelde dat zij wel gehoord had moeten worden.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 4:8, tweede lid, Awb, geen zienswijzekans hoeft te worden geboden indien niet is voldaan aan een wettelijke informatieverplichting. Nu eiseres niet aan deze verplichting voldeed, was het besluit tot intrekking zonder voorafgaande zienswijze rechtmatig.
Het beroep van eiseres wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.